Startpagina VORMEN vzw | Vorige | Inhoudstafel | Volgende | Overzicht activiteiten

KOMPAS: Allemaal anders - allemaal gelijk

Alle menselijke wezens over de hele wereld zijn enerzijds gelijk en anderzijds duidelijk verschillend.
Universele gelijkheid en specifieke verschillen moeten gerespecteerd worden.” *


Thema's

discriminatie en xenofobie, mensenrechten algemeen, globalisering

Belangrijke datum

21 juni

Werelddag van de Vrede en het Gebed

Complexiteit niveau 2
Groepsgrootte

6 - 60

Duur 40 minuten
Overzicht Dit is een soort quiz – kort, en met genoeg stof tot nadenken om interessant te zijn op zich, maar ook een basis voor een goed groepsgesprek!
Welke rechten?
  • gelijkheid in waardigheid
  • het recht op rechten en vrijheden, zonder enige vorm van discriminatie op basis van ras, huidkleur, godsdienst enz.
  • het recht op een nationaliteit
  • Doelstellingen
  • Het universele van mensenrechten aankaarten.
  • Deelnemers bewust maken van het bestaan van etnocentrisme en vooroordelen ten opzichte van zichzelf en anderen.
  • Kritisch en onafhankelijk informatie leren verwerken.
  • Materiaal
  • deelnemersblad
  • groot vel papier (A3) of flip-overpapier en stiften (optioneel)
  • Voorbereiding

    Kopieer het deelnemersblad, een exemplaar per deelnemer. Je kan het ook op een bord schrijven of een overheadprojector gebruiken. Zorg ervoor dat iedereen het goed kan zien.


    Instructies

    1.

    Leg uit dat deze activiteit een soort quiz is, maar dat het niet van belang is wie juist was en wie fout. Het is een beginpunt.

    2.

    Deel de twee uitspraken uit of laat ze zien. Geef de deelnemers vijf minuten om ze te lezen.

    3. Vraag ze om, ieder voor zich, de volgende vragen te beantwoorden:
    a.
    b.

    Wat is de bron van de eerste tekst? Uit welk boek of document komt de tekst?
    Uit welk land of welke regio komt de auteur van de tweede tekst?

    4. Als iedereen klaar is, laat je de deelnemers groepjes van ongeveer drie personen vormen. Geef ze 20 minuten om hun eigen keuzen te bespreken en te analyseren. Ze moeten over de volgende vragen nadenken en, indien mogelijk, een gezamenlijk antwoord geven:
  • Waarom kozen ze net hun antwoord en geen ander?
  • Wat zeggen de teksten over de auteurs?
  • Wat denken ze over de teksten?
  • 5. Wanneer alle groepen klaar zijn, laat ze dan samenkomen en luisteren naar de antwoorden op vraag a) van de verschillende groepen. Laat elke groep daarbij ook het waarom uitleggen. Doe hetzelfde voor vraag b).
    6.

    Vertel nu wie de auteur van hun keuze was, nl. Said al-Andalusi uit Spanje, en ga verder met de nabespreking en evaluatie.


    Nabespreking & evaluatie

    Overloop de activiteit nog eens kort. Wanneer je voelt dat de groep er klaar voor is, introduceer dan de begrippen vooroordeel en etnocentrisme. Ga in op de volgende vragen (ofwel in de grote groep, ofwel terug in kleine groepjes):

    • Waren de deelnemers verrast door het antwoord?
    • Waar kwamen de individuele antwoorden vandaan? Was het een gok? Intuïtie? Of wisten ze het antwoord echt?
    • Waren er deelnemers die van gedacht veranderden tijdens de discussie in kleine groepjes? Waarom? Sociale druk? Goede argumenten?
    • Hoe verdedigden de deelnemers hun keuzes tijdens de discussie in kleine groepjes? Aarzelden ze of hielden ze sterk vast aan hun eigen antwoord?
    • Waarom beschreef de auteur de mensen van het Noorden op die manier?
    • Wat vertelt de tweede tekst ons over de auteur? Over hoe hij eruit ziet en over zijn cultuur?
    • In hoeverre is het standpunt van de auteur het resultaat van zijn eigen etnocentrisch gezichtspunt en van vooroordelen? Of kunnen we zeggen dat in die tijd de Noord-Europese culturen minder ‘beschaafd’ waren dan zijn eigen cultuur?
    • Kunnen de deelnemers voorbeelden bedenken van mensen die op een gelijkaardige manier aangesproken of beschreven worden? Hoe zou het voelen om als minderwaardig aanzien te worden?
    • Wat zijn de gevolgen als mensen niet gewaardeerd worden om wat ze zijn? Kunnen de deelnemers voorbeelden bedenken uit het verleden? Uit het heden?
    • Wat moeten we doen om de gevolgen van vooroordelen tegen te gaan? Zijn er mensen of groepen of landen uit de omgeving van de deelnemers die het slachtoffer zijn van vooroordelen? Wie?
    Tips voor begeleiders

    De uittreksels komen uit een boek van een bekende geleerde uit Cordoba, Andalusië (in het huidige Spanje), geboren in 1029 NC/ 420 AH (Anno Hidjrae, islamitische tijdrekening). Said al-Andalusi was een geleerde die bekend was om zijn wijsheid en kennis. Volgens hem lagen beschaving en wetenschap heel dicht bij kennis van de Koran. Hij was niet alleen onderlegd in godsdienst, hij blonk ook uit in Arabische literatuur, geneeskunde, wiskunde, astronomie en andere wetenschappen.

    Het is goed om weten dat in zijn tijd het Middellandse Zeegebied, en dan vooral de Arabische koninkrijken eromheen, het centrum van de ‘beschaving’ vormde. In ‘het Noorden’, zoals Said Noord-Europa noemt, was de wetenschap nog lang niet zo ver gevorderd als in de Arabische wereld, Perzië, China en India.

    Let erop dat sommige groepen misschien meer vaardigheid moeten verwerven in het kritisch lezen van teksten. Misschien moet je hen erop wijzen dat de tweede tekst in feite veel zegt over de auteur, hoe hij eruit ziet en over zijn cultuur. We weten bijvoorbeeld dat hij krullen had en een donkere huidskleur. Bij kritisch lezen is niet alleen de inhoud van de tekst belangrijk, maar ook de context. Wie is de auteur en waarom schrijft hij/zij zo? Dit beseffen is een eerste stap naar het leren begrijpen van alle boodschappen (geschiedenis, nieuws, gedichten, liedjesteksten enz.) en naar het zich bewust worden van de waarden die ze overbrengen.

    Het thema etnocentrisme kan op de volgende manier geïntroduceerd worden: vertel de deelnemers dat de auteur – die gewend is aan mensen met een donkere huid en krullen – een heel goede vanzelfsprekende definitie geeft van wat hij ‘normaal’ vindt. Het is ook van belang de deelnemers door de discussie te laten begrijpen dat mensen met een verschillende culturele achtergrond niet beter of slechter zijn dan anderen. Maak duidelijk dat het niet gemakkelijk is om anderen zonder vooroordelen te beoordelen, omdat we ons eigen culturele perspectief als norm gebruiken. Dat we ons bewust zijn van ons eigen etnocentrisme is van belang om het ook in anderen te herkennen, en om succesvol te kunnen communiceren met mensen uit andere culturen.

    Voorzie wat extra tijd aan het einde van de activiteit, zodat je bepaalde onderwerpen en ideeën die aan bod kwamen verder kan bespreken. Je kan bijvoorbeeld dieper ingaan op de geschiedenislessen en op hoe veel (of hoe weinig) we in Europa eigenlijk leren over andere culturen.

    Noot: de uittreksels komen uit het boek “Book of the Categories of Nations – Science in the Medieval World” door Said al-Andalusi, naar het Engels vertaald door Sema’an I.Salem en Alok Kumar, University of Texas Press, Austin, USA, 1991.

    Bijlagen

    Allemaal gelijk - allemaal anders-quiz


    *Artikel 1 van de Verklaring van Rechten en Plichten van de Mens zoals voorgesteld door Jongeren. De verklaring is opgesteld in Straatsburg in het ‘Palais de l’Europe’ door 500 jongeren van 80 verschillende nationaliteiten. Het initiatief ging uit van ‘Les Humains Associés’ en ‘The Association for the Declaration of 26 august 1989’. www.humains-associés.org

    Startpagina VORMEN vzw | Vorige | Inhoudstafel | Volgende | Overzicht activiteiten