De Raad van Europa is een internationale organisatie gevestigd in het Franse Straatsburg. Zijn belangrijkste bevoegdheid is het bevorderen van de democratie, de mensenrechten en de rechtsstaat binnen zijn lidstaten. Het verdedigen en bevorderen van deze fundamentele waarden is niet langer een louter binnenlandse aangelegenheid, maar groeide uit tot een gedeelde en collectieve verantwoordelijkheid van alle betrokken landen.
De Raad van Europa houdt zich ook bezig met het bevorderen van het Europese culturele erfgoed in al zijn diversiteit.
Tot slot dient de Raad van Europa ook als forum voor de studie van een groot aantal sociale problemen zoals sociale uitsluiting, onverdraagzaamheid, de integratie van migranten, de bedreiging van de privacy door de nieuwe technologie, bio-ethische kwesties, terrorisme, de drughandel en criminaliteit.
De Raad van Europa werd opgericht door 10 landen tijdens de nasleep van de Tweede Wereldoorlog met de ondertekening van zijn Statuut op 5 mei 1949 in Londen. Tijdens de eerste veertig jaar van zijn bestaan bleef het een West-Europese instelling. In dit opzicht weerspiegelt zijn geschiedenis ook de geschiedenis van het hele continent. Op het einde van deze eerste periode, dat werd ingeluid door het herstel van de Europese democratie in een aantal landen die voordien een autoritair regime kenden, telde de Raad reeds 23 leden.
Tegen die tijd werden door de Raad reeds een belangrijk aantal richtlijnen en samenwerkingsakkoorden tot stand gebracht. In een periode van grote stabiliteit in Europa bleef haar politieke rol vrij beperkt.
Sinds 1989 is de Raad van Europa uitgegroeid tot het belangrijkste politieke centrum voor samenwerking met de landen van Midden- en Oost-Europa, die kozen voor een democratische vorm van bestuur. In mei 1997 telde de Raad 40 leden. Na de top van Wenen in oktober 1993 kreeg de Raad van Europa een ruimere bevoegdheid. Alle lidstaten erkenden toen dat het voor de veiligheid en stabiliteit binnen Europa uiterst belangrijk was dat zij zich akkoord verklaarden met de toepassing van democratische beginselen, de mensenrechten en de rechtsstaat. Vanuit deze algemene bezorgdheid voor democratische veiligheid stelde de Raad van Europa een reeks van algemene principes op voor de bescherming van nationale minderheden, steunde actief het proces van overgang naar de democratie en verstevigde zijn systeem van toezicht op de naleving van haar programmas door haar leden.
een beslissend orgaan: het Comité van Ministers
een overlegorgaan: de Parlementaire Assemblee
een spreekbuis voor lokale democratie: het Congres van Lokale en Regionale Overheden in Europa
Deze instanties worden bijgestaan door een Internationaal Secretariaat van zowat 1500 ambtenaren uit alle lidstaten. Aan het hoofd staat de Secretaris-Generaal die voor een ambtstermijn van 5 jaar wordt verkozen door de Parlementaire Assemblee.
Dit is samengesteld uit de ministers van buitenlandse zaken van de 40 lidstaten. Het Comité komt tweemaal per jaar samen in een gewone vergadering, maar kan daarnaast ook speciale of informele vergaderingen beleggen. Het voorzitterschap wijzigt iedere 6 maanden in alfabetische orde van de lidstaten.
De Vice-Ministers komen minstens een keer per maand samen. Zij stellen de agenda op voor de Raad van Europa en beheren het budget, dat vandaag zowat 1.300 miljoen Franse frank (7.800 miljoen Belgische frank) bedraagt. Zij beslissen ook welk gevolg moet gegeven worden aan voorstellen van de Parlementaire Assemblee, van het Congres van Lokale en Regionale Overheden en van de gespecialiseerde ministerconferenties die regelmatig worden georganiseerd binnen de Raad van Europa.
Deze telt 286 gewone en evenveel plaatsvervangende parlementsleden uit de verschillende lidstaten. De samenstelling van iedere delegatie weerspiegelt deze van de parlementaire vertegenwoordiging in het land van herkomst. De Parlementaire Assemblee komt samen in vier plenaire vergaderingen per jaar. Hier komen de meest uiteenlopende sociale themas aan bod. De aanbevelingen van de Parlementaire Assemblee aan het Comité van Ministers lagen in het verleden reeds aan de basis van een groot aantal beslissingen van de Raad van Europa.
Net zoals de Parlementaire Assemblee telt ook dit orgaan 281 gewone en 281 plaatsvervangende afgevaardigden. Het bestaat uit 2 kamers, waarvan de ene de de lokale overheden vertegenwoordigt en de andere de regios. De functie van het Congres is de versteviging van democratische instellingen op lokaal niveau en vooral het verlenen van bijstand aan de nieuwe democratieën.
De Raad van Europa heeft tot hoofddoel het tot stand brengen van een harmonieus beleid in alle lidstaten en het doen naleven van gemeenschappelijke richtlijnen en gebruiken. Om dit te verwezenlijken brengt het op verschillende niveaus parlementsleden, ministers, regeringsadviseurs, lokale en regionale verkozenen, afgevaardigden van jongerenorganisaties en internationale niet-gouvernementele organisaties (INGOs) samen om hun ervaring en kennis uit te wisselen.
Meer dan 160 Europese verdragen het equivalent van meer dan 10.000 bilaterale verdragen - liggen aan de basis van de hervorming en harmonisering van de wetgeving binnen de lidstaten m.b.t. zeer uiteenlopende zaken als bescherming van computergegevens, hooliganisme bij sportevenementen, natuurbehoud, de media, culturele samenwerking, het voorkomen van foltering en de bescherming van minderheden.
Voor materies die zich niet lenen voor het afsluiten van verdragen doet het Comité van Ministers aanbevelingen aan de diverse overheden m.b.t. de te nemen maatregelen. Door zijn internationale verdragen heeft de Raad van Europa ook een groot aantal overheidsinstanties en een institutioneel apparaat uitgebouwd. Het belangrijkste voorbeeld hiervan is het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
Volgende instellingen zijn bijzonder belangrijk:
Het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens, met als doelstelling het beschermen van de fundamentele rechten en vrijheden van ieder mens. De Raad van Europa riep een gerechtelijke procedure in het leven, uniek in heel de wereld, die individuen toelaat een rechtsvordering in te stellen tegen hun regering indien zij zich het slachtoffer voelen van een schending van de bepalingen van het Verdrag.
Het bestaande systeem van de beoordeling van klachten op twee niveaus, zijnde eerst bij de Europese Commissie en dan door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, is sinds kort vervangen door één enkel Hof. Dit maakt de hele procedure sneller en efficiënter en verleent de indiener van de klacht rechtstreeks toegang tot het Hof.
Het Europees Sociaal Handvest leidde tot een aantal wettelijke hervormingen op het vlak van het gezinsleven, de bescherming van jonge arbeiders, de rechten van vakbonden en de sociale zekerheid. Het omvat 23 fundamentele rechten.
De Conventie voor de Bescherming tegen Foltering verleent aan een onafhankelijke commissie de bevoegdheid om onaangekondigde bezoeken te brengen aan detentiecentra in heel Europa.
De Europese Culturele Conventie vormt de basis voor intergouvernementele samenwerking op het vlak van onderwijs, cultuur, het Europees erfgoed, sport en jeugdzaken.
Opmerking: Dit is slechts een beperkt overzicht van de activiteiten en bevoegdheden van de Raad van Europa. Raadpleeg de Literatuurlijst voor meer informatie