Kinderarbeid: WORKSHOP 1

Doelstelling

Leeftijdsniveau: vanaf 15 jaar

Tijd: 2 (les)uren (mits weglating van sommige onderdelen kan ook 1 (les)uur volstaan)

Groepsgrootte

Minimum 10, maximum 40 deelnemers. Het ideale aantal is 20. Het is belangrijk dat er een even aantal deelnemers is (bij een oneven aantal kan bijv. de begeleider ook meedoen).

Voorbereiding

Benodigdheden

- bord en krijt of grote flap en alcoholstiften
- videoband ‘MANTHOC: Kinderen maken er werk van’ door Karel Ceule, 1999

Deze video is te verkrijgen bij Wereldmediatheek en Broederlijk Delen. We gebruiken het fragment 0.00.17 tot 0.13.00 (tot aan het fragment van de dansende kinderen).
- videorecorder en televisie (of moviebox)
- kopieën van het VN-Verdrag inzake de Rechten van het Kind (vereenvoudigde versie)
- papier en schrijfgerief voor elk van de deelnemers
- slide van de Kundapur-Declaration en overhead-projector

Verloop

1. Associatiespel (10min.)
- De begeleider zet het woord ‘kinderarbeid’ op het bord of de flap en vraagt aan de deelnemers welke woorden of beelden het bij hen oproept. Waarschijnlijk zullen er hoofdzakelijk negatieve associaties gemaakt worden.
- De begeleider vraagt aan de deelnemers hoe het volgens hen komt dat wij zo’n negatief oordelen over kinderarbeid. Hij/zij kan hierbij dieper ingaan op de rol van de media in de berichtgeving over kinderarbeid. Het kan nuttig zijn de tekst “De rol van de media in de beeldvorming over kinderarbeid” eens te lezen. ’)

Aansluitend daarbij kunnen enkele foto’s van werkende kinderen getoond worden. Zie hiervoor Fotomateriaal.

2. Discussie over eigen werkervaringen (10min.)

Mogelijke vragen:

- Waar en wanneer werken jullie?
- Wat doen jullie met het geld dat jullie verdienen? Wie moet dit thuis afgeven?

N.B. Het geld dat werkende kinderen in het Zuiden verdienen, dient meestal ter aanvulling van het gezinsinkomen. Veel gezinnen zouden het hoofd moeilijk boven water houden zonder het loon dat de kinderen binnenbrengen.
- Hebben jullie voor jullie 15e verjaardag al betaalde arbeid verricht?
- Welke stappen zouden jullie ondernemen als jullie tijdens een vakantiejob “uitgebuit” zouden worden. Wie zouden jullie daarbij inschakelen? Kennen jullie voorbeelden van jongeren die in hun job uitgebuit werden?
Informatie over de Belgische wetgeving i.v.m. kinderarbeid en vakantiejobs is te vinden op meta.fgov.be/pa/nla_index.htm en www.jobwerking.be/index2.htm.
- Beschouwen jullie vakantie- en weekendwerk als kinderarbeid? Is meehelpen thuis kinderarbeid?
- Zijn jullie trots op het feit dat jullie arbeid verrichten en zelf geld kunnen verdienen?

3. Videofragment (13 min.)
De begeleider toont een fragment uit de video ‘Manthoc, kinderen maken er werk van’ door Karel Cuele.

MANTHOC staat voor “Beweging van werkende kinderen en adolescenten uit katholieke arbeidersgezinnen”. Het is een zelforganisatie van werkende kinderen in Lima, Peru. Voor meer hierover, zie “Manthoc”.

De film is het verhaal van 3 werkende kinderen uit Lima, Peru, die allen deel uitmaken van de organisatie MANTHOC. Ze getuigen wat het voor hen betekent om als kind te werken en hoe MANTHOC hen daarbij steunt.

De bezieler van het project, de theoloog Alejandro Cussianovich, legt de link tussen kinderarbeid en de wereldwijde ongelijkheid.

Een volwassen medewerkster van MANTHOC vertelt wat de organisatie voor haar betekend heeft als werkend kind en hoe ze zich nu verder voor de werkende kinderen engageert.

Voor verdere informatie, zie ook www.cocosnet.be.

N.B. Als alternatief voor deze video kan ook met verhalen/uitspraken van werkende kinderen gewerkt worden. Daarvoor kan materiaal gevonden worden op www.workingchild.org.

4. Bespreking van het videofragment (10min.)
Voor achtergrondinformatie, zie “Manthoc”.
Richtvragen:

- Wat sprak jullie het meeste aan?
- Welke vormen van arbeid oefenen deze kinderen uit?
- Zijn jullie akkoord met wat deze kinderen doen?
- Vinden jullie ook dat kinderen onder de 12 jaar zouden mogen werken?
- Waarvoor kunnen de kinderen allemaal bij MANTHOC terecht?
- Wat is de rol van volwassenen in de organisatie?

5. Kinderrechtenverdrag (25 min)
De deelnemers krijgen elk een vereenvoudigde versie van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind.
Ze worden in groepjes van maximum 5 deelnemers verdeeld en zoeken naar de artikelen die van toepassing zijn op kinderarbeid en op de zelforganisaties van werkende kinderen. Zij noteren voor zichzelf op een blad de nummers ervan. (15 min)

Na een kwartier worden de antwoorden bijeengebracht. De begeleider geeft daarbij een korte uitleg bij de verschillende artikels (10 min). Zie hiervoor Het IVRK over kinderarbeid.

N.B. Indien het Kinderrechtenverdrag niet gekend is bij de deelnemers is het raadzaam dit vooraf kort even te situeren. Zie Het IVRK: achtergrond.
De bespreking best focussen op:

- Art.12 recht op participatie
- Art.15 recht op vereniging
- Art.28 recht op onderwijs
- Art.31 recht op ontspanning
- Art.32 recht op bescherming tegen economische exploitatie

Volgende artikelen kunnen eventueel in de marge genoemd worden:

- Art. 13 recht om info te verspreiden
- Art. 14 recht op vrijheid van gedachte
- Art. 17 recht op informatie
- Art. 34 en Art.35 specifieke vormen van exploitatie van kinderen
- Art. 37 recht op gepaste opvang na misbruik, mishandeling en uitbuiting

6. Korte voorstelling van de Kundapur-Declaration (5min.)
Dit gebeurt aan de hand van de Verklaring van Kundapur.
Sta vooral stil bij 4, 7 en 10 (punten die niet zo expliciet terug te vinden zijn in het Kinderrechtenverdrag en die de standpunten van de werkende kinderen krachtig weergeven).

7. Stellingenspel (20min.)
In het lokaal worden 3 plaatsen aangeduid, overeenkomstig de 3 verschillende antwoordmogelijkheden: ‘akkoord’, ‘niet akkoord’, ‘ik twijfel’. De stellingen worden één voor één voorgelezen. De deelnemers krijgen even tijd om hun plaats in te nemen. Na de keuze wordt telkens aan iemand uit elk ‘kamp’ gevraagd waarom hij/zij deze mening erop nahoudt.

N.B. Indien er onvoldoende plaats is om dergelijke activiteit uit te voeren, kan ook met kaartjes van drie verschillende kleuren gewerkt worden (rood=niet akkoord, groen=akkoord, wit=ik twijfel). De leerlingen moeten dan na elke stelling een kaartje opsteken.
Voorbeelden van stellingen:

- Nergens te wereld mogen kinderen werken.
- Werkende kinderen worden altijd uitgebuit.
- Kinderarbeid in menswaardige omstandigheden mag.
- Kinderarbeid, ja, maar enkel in arme landen.
- Kinderprostitutie kan in extreme armoedesituaties goed te praten zijn.
- Als ik het voor het zeggen had, dan zat ik niet meer op school maar was ik al gaan werken.
- Kinderen zijn in staat hun eigen mening te formuleren en voor hun eigen belangen op te komen. Ze weten wat goed en slecht is voor hen.
- Als wij hier geen producten (kledij, sportschoenen, tapijten,...) meer kopen die vervaardigd werden door kinderen, zal dit het probleem van kinderarbeid helpen oplossen.

De begeleider laat de discussie ordelijk verlopen. Nadien kan hij/zij proberen om een samenvatting van de discussie te formuleren.