Deze activiteit in de vorm van een project wil de aandacht van de leerlingen vestigen op discriminatie van vrouwen en hen aanmoedigen dit tegen te gaan.
Discriminatie tegen vrouwen is een schending van de mensenrechten.
Twee lesuren en huiswerk
1. Lees of laat de leerlingen de tekst "Ze werkt niet" lezen.
2. Maak met de hele klas snel een lijst van alle jobs die de vrouw moet doen.
3. Brainstorm nu over de redenen waarom de man denkt dat zijn vrouw niet werkt. Moedig de klas aan om aan zoveel mogelijk redenen te bedenken waarom de man zo zou denken. Bijvoorbeeld: omdat ze niet betaald wordt, of omdat hij vindt dat zijn werk zwaarder is (zie advies over brainstormen). Trek voor dit deel ongeveer vijf minuten uit.
4. Brainstorm nu over de redenen waarom sommige taken de verantwoordelijkheid van de vrouw zijn en waarom haar werkdag langer is. Trek voor dit deel ook ongeveer vijf minuten uit.
5. Vertel de leerlingen dat de artikelen 1 en 2 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, specifiek melding maken van seksuele gelijkheid. Lees deze artikels, ofwel de volledige ofwel de vereenvoudigde versie. (Zie Deel Vijf).
6. Vraag de leerlingen om duo'z te vormen. Elk paar zou een lijst moeten opstellen van al het werk dat in en rond hun huis moet gebeuren.
7. Ga na vijf minuten rond bij de duo's en vraag hen beurtelings naar een punt uit hun lijst, totdat alle lijstjes uitgeput zijn. Schrijf al de punten op het bord.
8. Vraag de leerlingen nu groepjes van vier of vijf te vormen. Vraag elke groep een vragenlijst op te stellen over huishoudelijk werk. Het doel van de vragenlijst is uit te zoeken hoe het zit met het huishoudelijk werk in eigen omgeving. Ze zullen hun vragen zo moeten opstellen dat ze van de mensen die ze interviewen zoveel mogelijk over het onderwerp te weten komen. Vragen die ze zouden kunnen stellen zijn:
- Wie maakt bij jullie het eten klaar?
- Helpen de man en de kinderen in het huishouden?
- Hoeveel tijd neemt het huishoudelijk werk in beslag?
- Hebben de vrouwen daarnaast nog een andere job?
9. Elke vragenlijst zal waarschijnlijk verschillend worden. Een andere optie is dat de klas samen aan één vragenlijst werkt.
10. Geef de leerlingen een week de tijd om hun interviews in hun gemeente te houden. Herinner hen eraan dat ze zowel mannen als vrouwen moeten interviewen!
11. Nadat de enquête gedaan is, houdt u een feedback-les. Dit kan gebeuren in de vorm van een wiskundige analyse van de resultaten, als een mondeling verslag of als een snelle praatstaf-oefening, waarbij elke leerling één ding mag zeggen over de resultaten van zijn enquête.
12. Gebruik onderstaande vragen tijdens of na de feedback-les om de leerlingen te helpen hun resultaten te analyseren.
Vragen
Als project kan u de klas vragen te berekenen hoeveel uren er in een week zitten en dan voor hun eigen gezin te berekenen hoeveel tijd iedereen spendeert aan slapen, werken, ontspannen, spelen, enzoverder. De resultaten kunnen grafisch worden weergegeven, of berekend in percentages. Stel dan vragen zoals hierboven vermeld om de aandacht van de leerlingen te vestigen op de last van huishoudelijk werk die vrouwen dragen en misschien ook op de verschillen tussen het leven van jongens en meisjes. Het zou kunnen zijn dat de meisjes minder vrije tijd hebben dan de jongens. Concentreer u erop of de leerlingen denken dat de huidige situatie eerlijk is.
"Heb je veel kinderen?" vroeg de dokter. "Er zijn er zestien geboren, waarvan er negen nog in leven zijn," antwoordde hij. "Werkt je vrouw?" "Nee, ze blijft thuis." "Ik begrijp het. Hoe ziet haar dag eruit?" "Awel, ze staat om vier uur s morgens op, haalt water en hout, steekt het vuur aan en maakt het ontbijt klaar. Dan gaat ze naar de rivier en wast er kleren. Daarna gaat ze naar de stad om graan te halen en inkopen te doen op de markt. Dan maakt ze het middageten klaar. "Kom je 's middags naar huis?" "Nee, nee, ze brengt me mijn eten op het veld, ongeveer drie kilometer van huis." "En nadien?" "Ze verzorgt de kippen en de varkens. En natuurlijk zorgt ze de ganse dag voor de kinderen. Dan bereidt ze het avondeten zodat het klaar is als ik thuiskom." "Gaat ze na het avondeten naar bed?" "Nee, maar ik wel. Ze heeft tot negen uur nog dingen te doen in huis." "Maar je zegt me dat je vrouw niet werkt?" "Nee, dat zeg ik je toch. Ze blijft thuis."