Deze activiteit is een rollenspel waarbij vluchtelingen en grensambtenaren verschillende standpunten geven over de rechten van vluchtelingen om zo bij de leerlingen de kennis over vluchtelingenrechten uit te breiden.
Vluchtelingen zijn een specifiek kwetsbare groep die specifieke rechten hebben.
Een uur
1. Begin met een brainstorm om uit te zoeken wat leerlingen vinden van vluchtelingen. Schrijf het woord vluchteling op het bord en vraag de klas te zeggen waaraan dit woord hen op het eerste zicht doet denken. (Het advies over brainstormen kan u hierbij helpen.).
2. Lees de 'Informatie over vluchtelingen' voor aan de klas om het onderwerp in te leiden.
3. Help de klas om het volgende rollenspel op te voeren en consulteer hiervoor het advies over het gebruik van een rollenspel.
4. Lees het volgende scenario hardop voor (als u wil, kan u denkbeeldige namen fantaseren voor de landen X en Y).
"Het is een donkere, koude en natte nacht aan de grens van land X met land Y. Een colonne vluchtelingen is toegekomen, die wegvluchten van de oorlog in X. Ze willen over de grens naar Y. Ze hebben honger, ze hebben het koud en zijn moe. Ze hebben geen geld en geen documenten behalve hun paspoorten. De immigratieambtenaren van land Y hebben verschillende meningen. Sommigen willen de vluchtelingen binnenlaten, maar anderen willen dat niet. De vluchtelingen zijn radeloos en gebruiken verschillende argumenten om te proberen de immigratieambtenaren te overtuigen.
5. Vraag een derde van de klas om zich in te beelden dat ze de immigratieambtenaren van land Y zijn. Geef deze groep de Argumenten en de opties van de Immigratieambtenaren.
6. Vraag een ander derde van de klas zich in te beelden dat ze vluchtelingen zijn. Geef deze groep de Argumenten en de opties van de Vluchtelingen.
7. Zeg de deelnemers dat ze de argumenten op hun kaarten en eender welke andere relevante argumenten die hen te binnen schieten, kunnen gebruiken. Als het helpt, teken dan een lijn op de vloer om de grens te symboliseren. Zeg hun dat als het rollenspel begint, ze tien minuten hebben om tot een soort besluit te komen, dat één van de opgeschreven opties kan zijn, of een andere oplossing.
8. Het is aan u en de klas om te beslissen of de vluchtelingen en de immigratieambtenaren hun argumenten als een groep naar voor zullen brengen, of dat ze individueel verantwoordelijkheid zullen nemen om zelf argumenten naar voor te brengen.
9. Vraag het overblijvende derde van de klas om waarnemer te zijn. (De ene helft kan de immigratieambtenaren controleren en de andere helft de vluchtelingen.)
10. Geef de vluchtelingen en de immigratieambtenaren voor het rollenspel even de tijd om hun argumenten en hun opties door te nemen en over een tactiek te beslissen.
11. Begin met het rollenspel. Beoordeel zelf wanneer u moet stoppen.
12. Discussieer daarna over het rollenspel met onderstaande vragen. Dit is belangrijk om na te gaan wat de leerlingen eruit geleerd hebben.
Hoe liep de situatie af? Wat gebeurde er?
Hoe voelde het aan om een vluchteling te zijn?
Hoe voelde het aan om een immigratieambtenaar te zijn?
Vluchteling hebben een recht op bescherming onder het Verdrag over de Status van Vluchtelingen van 1951. Hebben deze vluchtelingen hun recht op verdediging kunnen uitoefenen? Waarom wel? Waarom niet?
Denk je dat een land het recht mag hebben om vluchtelingen weg te sturen?
Zou je dit zelf doen? Wat als je weet dat ze in hun eigen land de dood kunnen vinden?
a. Welke argumenten zou je kunnen gebruiken om de immigratieambtenaren ervan te overtuigen om de vluchtelingen binnen te laten?
b. Doen de immigratieambtenaren iets verkeerd?
c. Zijn er artikels uit de mensenrechtendocumenten in Deel Vijf die relevant zijn?
d. Wat zou men met dit verslag kunnen doen om land Y de rechten van de vluchtelingen te doen respecteren?