Teksten bij 'Wat zou jij doen?'
Op 17 september 1992 vierde Luis Diaz samen met medestudenten en personeel de 17e verjaardag van de medische faculteit van de Carabobo rijksuniversiteit van Aragua, Venezuela. Hij was toen 21 en deed medische studies aan deze universiteit. Volgens getuigen was er een woordenwisseling, op een zekere afstand, tussen sommige studenten en leden van de Nationale Garde die het gebied bewaakten. Twintig leden van de veiligheidsdiensten begonnen traangas af te vuren in de richting van de studenten.
Rond 14.30 uur begonnen de bewakers met scherp te schieten naar de studenten. Het hele incident werd op video opgenomen. Enkele minuten later werd Luis Landa gedood door een kogel.
Er werd een officieel onderzoek geopend naar deze moord en een lid van de Nationale Garde werd geÔdentificeerd als verdachte. Er werd een procedure geopend bij de militaire en bij de burgerlijke rechtbank.
In maart 1993 echter eisten de militaire rechtbanken de exclusieve bevoegdheid op over dit dossier. In het verleden hebben militaire rechtbanken herhaaldelijk leden van de veiligheidsdiensten die beschuldigd werden van mensenrechtenschendingen de hand boven het hoofd gehouden.
De familieleden van Luis Landa Diaz die deze moord in de publiciteit brachten werden systematisch lastiggevallen. Ze ontvingen dreigtelefoons en er werden schoten afgevuurd naar hun huis. In december 1992 werd Luis Landas vader in de knie geschoten door een groep gewapende mannen in een auto.
De term buitengerechtelijke executie staat voor een niet gewettigde doelbewuste moord die wordt uitgevoerd op bevel van een regering of met haar medeweten. Als de autoriteiten weigeren een onderzoek te openen naar een niet te rechtvaardigen moord door de veiligheidsdiensten, of als ze weigeren de daders ervan voor de rechtbank te brengen, dan is er sprake van een buitengerechtelijke executie. Daarvoor kan de regering dan verantwoordelijk worden gesteld. De term politieke moord kan ook gebruikt worden hiervoor: deze term blijkt beter verstaanbaar te zijn en omvat eveneens de doelbewuste en willekeurige moorden die door gewapende politieke groepen worden begaan.
Politieke moorden verschillen van situaties waarin doden vallen die wel wettelijk te rechtvaardigen zijn. Als iemand gedood wordt door soldaten in een situatie van zelfverdediging, of door de politie bij relletjes, dan kan dit wettelijk te rechtvaardigen zijn. Ook zullen staten argumenteren dat er een wettelijke grond is voor de executie als na een eerlijk proces iemand schuldig wordt bevonden. Het is ook zo dat, als een soldaat iemand doodt om persoonlijke redenen en daarvoor gestraft wordt zoals eender welke moordenaar, deze moord niet als een buitengerechtelijke executie wordt beschouwd. Ook het doden van vijandelijke soldaten bij een vuurgevecht is niet tegen de wet.
Vele regeringen die zich schuldig maken aan politieke moorden zijn gebonden door internationale verdragen die hen ertoe verplichten de mensenrechten te eerbiedigen. Sommige regeringen proberen niet eens hun daden te rechtvaardigen. Sommigen gebruiken methodes om hun misdaden verborgen te houden. De moorden worden s nachts gepleegd, als de slachtoffers alleen zijn. De lijken worden verminkt en verstopt om herkenning te vermijden. Maar de meeste regeringen liegen gewoon of bagatelliseren de feiten.
In juni 1989 werden pro-democratie demonstranten op het 'Thien an men' plein in Peking massaal vermoord door tanks van het Chinese leger. Televisiecameras maakten opnamen ervan en het kwam over de hele wereld vooraan in het nieuws. Duizenden mensen waren getuigen ervan. Honderden lijken werden gesignaleerd in dodenhuisjes en ziekenhuizen. Niettegenstaande dat zei de regering dat niemand werd gedood. Later werd de versie aangepast: de regering zei dat 200 burgers werden gedood in een treffen tussen soldaten en demonstranten, wat een grove onderschatting was van de werkelijkheid.
Sommige regeringen zeggen ter verdediging dat geweld endemisch is (ingebakken zit) in hun samenleving of dat het een gevolg is van etnische spanningen. Het is echter zo dat geweld in elke samenleving ingebakken zit waar mensenrechten worden geschonden. En geweld tussen verschillende gemeenschappen is niet zomaar het onvermijdelijk gevolg van religieuze of etnische spanningen. Het start dikwijls ten gevolge van het beleid van de overheid of verergert dikwijls daardoor.
De mensenrechtenorganisatie Amnesty International nam de zaak op. Als deel van de internationale campagne die Amnesty voerde, schreven gewone mensen van over de hele wereld brieven naar de regering van Venezuela met de vraag om actie te ondernemen rond de dood van Luis en een eind te maken aan het lastigvallen van zijn familie.
In juli 1995 werd het lid van de Nationale Garde dat Luis doodschoot door een burgerlijke rechtbank veroordeeld tot 18 jaar gevangenisstraf, in afwachting van hoger beroep.
De vader van Luis zei dat dit was dankzij internationale druk Ik had reeds alle hoop verloren De bedreigingen en de aanvallen hadden me bijna kapot gemaakt. Dit alles veranderde door uw campagne.