Deze activiteit met spelletjes helpt kinderen gelijkenissen tussen de kinderen van de wereld te bestuderen, ongeacht hun nationaliteit, geslacht of etnische afkomst. De kinderen leren ook dat ze eigen rechten hebben, waaronder het recht om te spelen, die neergeschreven zijn in het Verdrag inzake de Rechten van het Kind.
Ongeveer anderhalf uur.
1. Leg uit dat kinderen over de hele wereld verschillende, maar erg interessante spelletjes spelen.
2. Stel spelletjes vanuit verschillende landen voor (als je over een wereldbol of atlas beschikt, gebruik die dan om te tonen waar die landen liggen). Speel de spelletjes. Op de volgende pagina zijn enkele voorbeelden gegeven.
3. Vraag de kinderen welk spel van henzelf ze zouden willen aanbevelen aan kinderen over de hele wereld. Speel dat spel.
4. Als enkele kinderen tot een bepaalde etnische groep behoren, vraag hen dan of zij spelletjes uit hun eigen cultuur kennen die je kan spelen. (Maar als ze dit niet willen, probeer hen niet te forceren.)
5. Stel de vragen die hieronder zijn opgesomd om zo het bewustzijn bij de kinderen van gelijkenissen tussen kinderen over de hele wereld te ontwikkelen.
Dit is een lievelingsspel van zowel kinderen als volwassenen. Het aantal deelnemers aan het spel is onbelangrijk.
De spelers zitten in een kring. Ze kiezen één speler als leider, die met beide handen zijn oren bedekt.
De speler die links van de leider zit, bedekt zijn rechter oor met zijn rechter hand. De speler rechts van de leider moet zijn linker oor met zijn linker hand bedekken. (Met andere woorden, de oren het dichtst bij de leider zijn bedekt.)
De leider haalt zijn handen weg en duidt een andere speler uit de kring aan.
De nieuwe leider bedekt beide oren met zijn handen. Opnieuw bedekken de spelers die net links en rechts van de leider zitten hun dichtstbijzijnde oor. De nieuwe leider duidt dan een nieuwe speler aan en het spel gaat zo snel mogelijk verder.
Elke speler die zijn oor te traag bedekt of die een fout maakt, ligt uit het spel. De winnaar is de laatste speler die overblijft.
Dit is een spel voor zes tot dertig spelers.
Eén kind is HET. De spelers staan in een rij achter HET. HET mag niet zien wie achter hem/ haar staat.
HET zet negen trage stappen vooruit terwijl de andere spelers vlug van plaats verwisselen. Eén van hen gaat net achter HET staan.
De andere spelers vragen HET: Wie staat achter jou?
HET mag drie vragen stellen voor hij/ zij raadt wie het is. Bijvoorbeeld: Is het een jongen of een meisje?, Is zij/ hij klein of groot?, Heeft zij/ hij donker of licht haar?
De spelers mogen slechts met één woord op de vragen antwoorden. HET moet dan raden wie net achter hem/ haar staat.
Als HET juist geraden heeft, blijft hij/ zij de volgende beurt HET. Als HET verkeerd geraden heeft, wordt een andere speler HET.
(Voor meer spelletjes, zie Songs, Games, Stories from around the World. Details: zie bronboeken voor leraars)