(Bewerking van Human Rights Education Workshop on Women's Human Rights and Gender Equality, gepresenteerd door de Kroatische NGO B.a.B.e, Sljeme, Kroatië , Maart 1996)
Deze activiteit gebruikt levenservaringen als een basis om na te denken over hoe we onze eigen rechten en die van anderen verdedigen.
In ons leven hebben we allemaal onze eigen rechten en die van anderen al eens verdedigd, zelfs als we de taal van rechten niet gebruikt hebben.
Schoolbord of groot blad papier en schrijfgerief.
Ongeveer een uur
1. Dit is een activiteit voor groepjes van ongeveer 6 personen. In een grote klas kan u de activiteit eerst met een kleine groep doen (misschien tijdens de lunch). Deze leerlingen kunnen dan zelf als begeleider optreden van kleinere groepen.
2. Verdeel de klas in groepjes van ongeveer 6 personen, met een begeleider voor elke groep.
3. De begeleider vraagt iedereen in de groep om zich een keer te herinneren wanneer ze opkwamen voor hun rechten of de rechten van anderen. (De leerlingen kunnen zich bijvoorbeeld een keer herinneren wanneer ze als kind van iets onrechtvaardig beschuldigd werden.) Als ze willen, kunnen de groepsleden aan een buur beschrijven wat er gebeurde. Na vijf minuten zou iedereen de volgende informatie moeten weten:
- Een keer toen ik opkwam voor rechten.
- Wat er gebeurde.
- Waar het gebeurde.
- Het motief, waarom ik ervoor opkwam.
- Wie of wat mijn bronnen van steun waren.
4. Terwijl ze er over nadenken, tekent de begeleider een groot rad met spaken.
5. De begeleider van elke groep vraagt dan elk groepslid om zijn/haar verhaal te doen en houdt de 5 hierboven vermelde punten goed in de gaten.
6. Als elk groepslid zijn/haar verhaal vertelt, schrijft de begeleider waar elk incident plaatshad aan het einde van de spaken, en schrijft het motief en de bronnen van steun naast de spaak. (Om het schrijven gemakkelijker te maken, kan de begeleider samenvatten wat het groepslid gezegd heeft en vragen of hij/zij ermee akkoord gaat.)
7. Als iedereen zijn/haar verhaal heeft verteld, kan de begeleider onderstaande vragen gebruiken om de aandachtspunten te analyseren.