Eén kind gooit de bal naar een ander kind terwijl hij de naam van de vanger roept.
Als de naam correct is, wordt de vanger gooier en gooit
de bal naar een ander kind terwijl hij de naam van de nieuwe vanger roept.
Als de gooier de verkeerde naam roept, corrigeert het kind dat de bal vangt
hem en gooit de bal terug.
Bevestig kinderen die anders door de mazen van het
net vallen door doelbewust de bal naar hen te gooien wanneer het jouw beurt
is.
Wanneer iedereen voldoende aan de beurt is geweest,
stel je de volgende vragen.
Vragen
Heeft iedereen evenveel kans gekregen om gooier te zijn? Waarom? Waarom niet?
Hoe zou het geweest zijn indien je nooit de kans had gehad om gooier te zijn? Waarom?
Wat kunnen we doen om ervoor te zorgen dat we de volgende
keer eerlijk spelen?
Kan je een tijdstip bedenken waarop je onheus werd
behandeld?
Hoe kunnen we oneerlijkheid vermijden in onze klas,
school en familie?
Vraag de klas om een verhaal of een toneelstukje te
schrijven over een oneerlijke situatie die eerlijk werd gemaakt.
Deze activiteit kan goed zijn om leden van een nieuwe
klas voor te stellen aan elkaar.
Wanneer de klas ieders naam kent, maak dan het spel
wat ingewikkelder. Bijvoorbeeld, de eerste gooier zou kunnen beginnen met
een zin waaraan elke volgende gooier een woord moet toevoegen.
Als project kunnen de kinderen nagaan vanwaar verschillende namen komen en wat ze betekenen.