Vorige | Startpagina VORMEN vzw | Beginpagina | Inhoudsopgave | Volgende


Mignonette

(Bewerking van p.11 van Understand the Law 1994, The Citizenship Foundation)

Doel

Dit moreel complexe verhaal over het recht op leven zal leerlingen helpen na te denken over hoe rechten in de praktijk werken. Het staat ook nauw in verband met activiteiten over conflicten.

Aandachtspunten

Tijd

Ongeveer een uur

Benodigdheden

De Vereenvoudigde Versie van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.

Werkwijze

1. Toon de klas artikel drie uit de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, dat het recht op leven verklaart:

"Artikel 3. Iedereen heeft het recht op leven, vrijheid en veiligheid van persoon.”

2. Verdeel de klas in groepjes van vijf of zes leerlingen.

3. Lees de volgende tekst luidop voor aan de klas:

"Op 19 mei 1884 vertrokken vier mannen van Engeland naar Australië met een jacht genaamd Mignonette. Dat waren kapitein Thomas Dudley, eerste stuurman Edwin Stephens, zeeman Ned Brooks en Richard Parker, een zeventienjarige scheepsjongen. Op 5 juli beukte er een hoge golf in op de rand van het jacht. Het begon te zinken. De mannen hadden nog maar juist de tijd om twee blikken eten te grijpen en zich in een open bootje te hijsen. De vier ongelukkige zeilers bevonden zich in het midden van de Atlantische Oceaan, 2.575 km weg van het land, met maar enkele ingeblikte groenten om hen in leven te houden. Na drie dagen slaagden de hongerige mannen erin een schildpad te vangen. Dit voorzag hen van voedsel en drank, maar negen dagen later was alles op. Nog steeds 1.600 km weg van het land, zonder voedsel en slechts af en toe een beetje regenwater om te drinken, werden de zeemannen moedeloos. De kapitein schreef in een brief naar zijn vrouw dat als er geen enkel schip zou komen, “we snel zullen sterven… Het spijt me dat ik ooit deze reis ben begonnen…” Er was echter een overlevingskans, ten minste voor drie leden van de bemanning voor enkele dagen. Iemand zou als voedsel moeten dienen voor de anderen. De Kapitein suggereerde dat ze lootjes zouden trekken om te beslissen wie van hen zou moeten sterven, maar Stephens en Brooks weigerden. ‘Als we moeten sterven,' zeiden ze, ‘sterven we allemaal samen’. De jonge Richard Parker, die bijna bewusteloos op de bodem van de boot lag, zei niks.

Na twee dagen langer zonder voedsel en water te hebben gezeten, overtuigde de Kapitein Stephens ervan dat één van hen zich zou moeten opofferen om de anderen te redden en dat Richard Parker onmiskenbaar de juiste kandidaat was. Hij was wees, had geen vrouw of familie en stond al aan de rand van de dood. Hij kwam maar af en toe uit zijn coma om zeewater te drinken wat hem nog zieker maakte. Ze wisten dat hun kleine boot naar de scheepvaartroute aan het varen was. Ze zouden elke dag een schip kunnen zien – of niet. Ze spraken af dat als niemand hen de volgende dag kwam helpen, ze de jongen zouden doden. Niemand kwam. Zeeman Brooks wou geen deel hebben aan de moord. Terwijl hij zichzelf met een jas aan het uiteinde van de boot beschermde , knielden Dudley en Stephens over de bewusteloze Parker. ‘Richard, mijn jongen’, fluisterde de kapitein, ‘jouw tijd is gekomen.’ Stephens stond klaar om de voeten van de jongen vast te houden, maar dat was niet nodig. Hij was te ziek om te vechten toen de kapitein een zakmes nam en het in de nek van de jongen stak, waardoor hij onmiddellijk stierf.

Alle drie de mannen dronken de volgende drie dagen van Richard’s bloed en aten van zijn hart en zijn lever. Op de vierde dag werden ze ontdekt door een Duits schip, de Montezuma. De drie mannen waren heel zwak. De eerste stuurman en de kapitein moesten met een touw aan boord worden gehesen.

De mannen kwamen op 7 september in Engeland aan. Dudley, Stephens en Brooks gingen direct naar de autoriteiten en legden hen de redenen uit voor de dood van de jongen.

4. Stel de groepjes in de klas volgende vragen:

5. Lees het volgende deel van het verhaal aan de klas voor:

"Incidenten zoals dit waren vroeger al gebeurd en daarom waren Dudley, Stephens en Brooks dan ook heel verrast dat ze onmiddellijk beschuldigd werden van moord, alhoewel de beschuldiging tegen zeeman Brooks later werd ingetrokken. Er was veel publieke belangstelling voor het verhaal en de kranten deden het in detail uit de doeken. Er werd geld ingezameld voor advocaten om de mannen in de rechtszaak te verdedigen. Tijdens de rechtszaak was iedereen akkoord over de feiten van de zaak, maar de jury kreeg een moeilijke taak in de schoenen geschoven. Ze sympathiseerden met de drie mannen en zouden ermee akkoord gegaan zijn dat het niet verkeerd was om iemand te doden wanneer zijn of haar eigen leven gered zou worden. Maar ze erkenden ook dat iemand met voorbedachte rade doden die je eigen leven niet bedreigde, moord is. De rechter gaf hun een oplossing voor dit probleem door hen toe te staan een ‘speciaal vonnis’ te vellen. In dit vonnis vermeldde de jury de feiten van de zaak maar liet een panel van vijf rechters beslissen of Dudley en Stephens schuldig waren aan moord”.

6. Vraag de groepjes in de klas te discussiëren over volgende vragen:

7. Vertel de klas nu het vervolg van het verhaal:

"De rechtbank oordeelde dat Dudley en Stephens schuldig waren aan moord. Op moord stond de doodstraf, maar in dit geval werd ze in zes maanden gevangenisstraf omgezet. Voor de normen van die tijd en vergeleken met de behandeling van andere zeelui in dezelfde positie, vonden velen deze straf te streng.”

Vragen

Varianten

 

Vorige | Startpagina VORMEN vzw | Beginpagina | Inhoudsopgave | Volgende