Deze casestudie over een beroemde mensenrechtenverdediger streeft ernaar de kracht van actie aan te tonen door een voorbeeld te geven van iemand die succesvol actie heeft gevoerd om rechten te bekomen.
Individuen, en voornamelijk groepen, kunnen succesvol opkomen tegen schendingen van mensenrechten.
Mahatma Gandhi's verhaal (zie verder).
Ongeveer een half uur
1. Lees of vraag de leerlingen het verhaal van Gandhi te lezen.
2. Gebruik onderstaande vragen om een discussie op te starten (zie de tips over discussie voeren).
Geef de klas een voorbeeld van een persoon of een groep in uw eigen land die actie heeft gevoerd om rechten op te eisen. Als project zouden de leerlingen opzoekingswerk kunnen doen over deze persoon of deze groep en een poster, verhaal of toneelstuk kunnen maken om te tonen wat ze hebben ontdekt.
De Mahatma (Grote Ziel) gaf een nieuwe betekenis aan geweldloosheid. Hij zei dat al wat bekomen wordt door geweld niet de moeite was om te hebben.
Hij werd in 1869 geboren als Mohandas Karamchand Gandhi in Gujarat, in India en studeerde af als advocaat in Engeland vooraleer hij dit beroep ging uitoefenen in Zuid-Afrika. Daar ervaarde hij voor de eerste keer rassendiscriminatie. Er bestonden wetten om mensen zonder een blanke huid vele dingen te ontzeggen, zoals advocaat worden, of reizen in de eerste klassenwagons in de trein. Gandhi zag dat vele zwarten in Zuid-Afrika arm waren en slecht behandeld werden door de blanken. Hij organiseerde protesten en werd gevangen gezet omdat hij tegen onrechtvaardigheid vocht.
Van bij het begin van zijn leven als actievoerder werd Gandhi geleid door zijn diepe religieuze overtuigingen. Hij geloofde dat geweld altijd verkeerd was.
Gandhi keerde in 1915 terug naar India. Onder de Indiërs bestond er toen ook grote armoede. De Britten regeerden India met harde hand: ze hieven taksen die de mensen niet konden betalen, ze verhinderden de Indiërs hun eigen land te regeren, ontmoedigden hun industrie en ze gebruikten geweld om de mensen te controleren.
In 1930 besloot Gandhi tegen de taks op zout te protesteren, wat de Britten eerst niet verontrustte omdat het zo miniem leek. Zout kan gewonnen worden uit zeewater, maar in India werd al het zout gewonnen en verkocht door de Britse regering, die er geld uit sloeg. Gandhi zei dat het zout aan India behoorde en dat hij met deze wet zou breken.
Eerst vroeg hij of hij dit kon bespreken met het hoofd van de Britse regering in India, de Gouverneur. De Gouverneur weigerde omdat hij dacht dat het niet belangrijk was. Op 12 maart 1930, toen Gandhi zestig jaar werd, ondernam hij een mars van 322 kilometer, van zijn huis naar de zee, om zout te winnen. Gedurende vierentwintig dagen volgde het volk van India en de rest van de wereld zijn reis. De verwachtingen lagen hoog. Op 6 april liep Gandhi met duizenden toeschouwers de zee in en nam er een hand zout uit. Deze daad van verzet was een signaal voor de natie. Langs heel de kust van India begonnen mensen illegaal zout te winnen. Hij schreef: Ik wil sympathie van de wereld in deze strijd van recht tegen macht. Een maand later werd Gandhi gearresteerd, en tienduizenden werden naar de gevangenis gestuurd.
Gandhi en het volk van India voerden vele jaren protest voordat de Britten uiteindelijk vertrokken. Ze bleven marsen houden, weigerden mee te werken en de Britse kas te spijzen door zichzelf gevangen te laten nemen. Uiteindelijk boekte India in 1947 succes toen de Britten zich uit de regering terugtrokken en India onafhankelijk werd.