Grote mensen kleine mensen
Het interview helpt de leerlingen mensenrechten te relateren aan hun eigen omgeving. Het helpt ook in te zien dat de mensenrechten in etappes erkend zijn geworden.
Het plechtig neerschrijven van rechten is een gegeven uit de late twintigste eeuw maar de rechten zelf hebben altijd al bestaan en zijn ook altijd al geschonden geweest en bevochten. Ze zijn slechts stap voor stap gerealiseerd doorheen de geschiedenis.
1. Leg aan de klas uit dat documenten over de mensenrechten zoals het Verdrag inzake de Rechten van het Kind recente ontwikkelingen zijn. In het verleden beschikten niet alle kinderen over deze rechten. Leg uit dat het in vele moderne landen nog steeds zo is.
2. Stel samen met de kinderen een korte lijst op van mensen uit de buurt die een antwoord kunnen geven op de vraag: Is het leven van de kinderen in onze stad verbeterd in de loop van deze eeuw? (bijvoorbeeld hun grootouders). Een lijst van vier personen is ideaal.
3. Vraag de leerlingen om deze mensen uit te nodigen om op school te worden geïnterviewd. (In het begin is het gemakkelijker als deze geïnterviewden naar de school komen.)
4. Vraag de geïnterviewden op voorhand een kort verslag te maken over het onderwerp van het interview. Je kan deze verslagen de dag voor het interview met de kinderen bespreken zodat ze reeds hun vragen kunnen voorbereiden. Terwijl ze hun vragen voorbereiden moeten de leerlingen zich afvragen wat ze eigenlijk willen leren. Bijvoorbeeld, als de geïnterviewde schrijft dat hij of zij werkte in plaats van naar school te gaan, kunnen de kinderen vragen wat zij daar van vonden, wanneer dit gebeurde, hoe en waarom, wie erbij was,
5. Geef de geïnterviewde een plaats waar alle kinderen hen kunnen zien.
6. De leerlingen kunnen om de beurt een vraag stellen. Laat het interview natuurlijk verlopen. Probeer het gesprek niet onnodig te onderbreken.
7. Schrijf de antwoorden op of gebruik een cassetterecorder.
8. Als er meer dan één geïnterviewde is vraag hen dan om met elkaar over het onderwerp te spreken in plaats van elk voor zich een vraag te beantwoorden. Dit kan zeer levendige taferelen opleveren!
9. Vergelijk achteraf met de klas de interviews met de samenvatting van het Kinderrechtenverdrag.
10. Stel de hierna volgende vragen.
Denk je dat de rechten van kinderen in het verleden gerespecteerd werden? Welke rechten werden over het hoofd gezien? Waarom?
Zou jij graag in die tijd geleefd hebben? Zijn de omstandigheden voor kinderen verbeterd of verslechterd? Leg uit.