Afhankelijk van hoe u het thema mensenrechteneducatie introduceert in uw school, kan de evaluatie iets zijn dat u verplicht bent te doen of iets wat u zelf wenst. Wat ook het motief is, er zijn veel goede redenen om het te doen:
Hierna vindt u enkele ideeën over evaluatie in de klas. Om in de workshops te evalueren kan je terecht in Deel Zes.
Schoolse evaluatiemethodes (zoals het quoteren van verhandelingen op correctheid van de informatie), zijn niet zo zinvol om vaardigheden en opvattingen te beoordelen, wel is dit nuttig voor het testen van kennis van de leerlingen over mensenrechten.
Ook is het vrij gemakkelijk om een stapel opstellen mee naar huis te nemen om ze te verbeteren, maar erg moeilijk om de ontwikkeling van vaardigheden en opvattingen in een drukke klas te controleren, vooral als er in kleine groepjes gewerkt wordt.
Dit heeft leraars ertoe aangezet om voor mensenrechteneducatie traditionele evaluatiemethodes te combineren met nieuwe technieken die opgevat zijn om na te gaan of vaardigheden en opvattingen van leerlingen effectief aangeleerd werden in de les.
Vaardigheden en opvattingen meten wordt gemakkelijker indien:
Door de leerlingen te betrekken in de evaluatie van henzelf en van hun klasgenoten hebt u het bijkomend voordeel dat het hen aanmoedigt om meer verantwoordelijkheid op te nemen voor hun eigen gedrag. Toch bestaat de mogelijkheid dat sommige leraars bezorgd zullen zijn dat een leerling, de leraar en de andere leerlingen elk een andere beoordeling geven. In dit geval kunnen de verschillen besproken worden en indien nodig worden de evaluatieprocedures aangepast.
Het is bijvoorbeeld mogelijk om met leerlingen te brainstormen (zie hoger) en zo een lijst op te stellen van criteria of normen voor het werken in groep. Hier volgt een voorbeeld van zo een lijst:
Vaardigheden in een kleine groep:
Houdt de leerling het doel of de taak voor ogen?
Werkt hij/zij samen met de andere leden van de groep?
Werkt hij/zij zonder de anderen te storen?
Is hij/zij hoffelijk t.o.v. de andere groepsleden?
Maakt hij/zij voldoende werk af?
Helpt hij/zij mee manieren te vinden die het groepswerk verbeteren?
Het is mogelijk om opvattingen op een gelijkaardige manier te beoordelen. Een voorbeeld hiervan is:
Beoordeling van ruimdenkendheid:
Overweegt de leerling nieuwe ideeën en activiteiten?
Probeert hij/zij nieuwe methodes uit om iets te realiseren?
Laat hij/zij feiten op gevoelens primeren in besprekingen?
Past hij/zij een conclusie aan in het licht van nieuwe feiten?
Bekijkt hij/zij alle aspecten van een thema?
Herkent hij/zij stereotypen en vooroordelen?
Voor zelfevaluatie kan een gelijkaardige lijst gebruikt worden. Zo bijvoorbeeld:
Evaluatie van karaktereigenschappen:
Hoe beoordeelt u uzelf bij de hierna opgesomde eigenschappen?
(A = zeer goed, B = goed, C = OK, D = zeer slecht).
Respect voor anderen. Interesse in anderen.
Luisteren naar anderen.
Zich aan zijn/haar taak houden.
Anderen rechtvaardig beoordelen.
Samenwerken met anderen.
Nadenken voor het handelen.
Eerlijk zijn.
Anderen helpen.
Vergissingen toegeven.
Tenslotte een voorbeeld van een quoteringssysteem dat niet alleen groepswerk, besprekingen en gezamenlijke projecten beoordeelt maar ook zeer traditionele oefeningen en testen:
Voorbeeldplan voor evaluatie over een bepaalde periode (12 weken)
Punten voor elke groepsactiviteit (één per week), gebaseerd op
- Participatie (punten per leerling evaluatie door zelfbeoordeling en door andere leerlingen).
- Groepsresultaat (aan de groep als geheel toegekend door de leraar).
- Schriftelijke testen en huistaken (beoordeeld door de leraar).
Projectwerk (één per periode)
- Beoordeeld voor ontwerp, uitvoering en opvoedkundige waarde voor de leerling (evaluatie door de leraar en andere leerlingen op basis van een mondelinge presentatie).
- Deelname aan en bijdrage tot de klasgesprekken (beoordeeld door leraar en medeleerlingen).
Zoals met alle aspecten van mensenrechteneducatie zult u, eens u deze manier van beoordeling uitgeprobeerd hebt, uw eigen ideeën hebben over hoe u dit in uw eigen klas zou aanpakken deze bladzijden zijn slechts een startpunt.
Uit Social Studies For Children: A Guide to Basic Instruction, Michaelis John U(1988), 9de editie, Englewood Cliffs, Prentice Hall paginas 388 en 377