Startpagina VORMEN vzw | Vorige | Beginpagina | Inhoudsopgave | Volgende

 

Nuttige onderwijsmethodes

De activiteiten die we hier schetsen zijn eenvoudig uit te voeren . Met een beetje oefening krijgt u ze nog meer onder de knie. Indien u vreest dat ze de klas zullen storen, begin dan met iets eenvoudig. Een beetje van uw gezag als “de leraar” laten varen kan de leerlingen helpen om meer ontspannen te zijn, en zal hun inbreng verbeteren. Voor elke methodiek behandelen we “Wat het is en waarom we het doen”, daarna volgt stap voor stap “Hoe we het aanpakken”.

Rollenspel
Groepswerk
Brainstormen
Klassengesprek
Vragen stellen
Projecten
Zoemsessie
Tekenen
Afbeeldingen en foto’s
Cartoons en stripverhalen
Video
Kranten
Interview
Woordenassociatie
Informatie omvormen

 

 

Rollenspel

Wat en waarom?

Een rollenspel is een klein toneelstuk gespeeld door de leerlingen. Meestal wordt het geïmproviseerd. Het heeft als doel om omstandigheden of gebeurtenissen tot leven te brengen waarmee de leerlingen niet vertrouwd zijn. Rollenspelen kunnen ervoor zorgen dat zij een bepaalde situatie beter begrijpen en hen aanmoedigen om mee te voelen met iemand die in een bepaalde situatie zit. Zo kunnen leerlingen in een rollenspel over een overval, door de rol van het slachtoffer te spelen, inzicht krijgen in wat het betekent slachtoffer van een misdrijf te zijn.

Hoe?

Met de leerlingen:

Maak uit hoeveel leerlingen aan het rollenspel zullen deelnemen, hoeveel waarnemers er zullen zijn, of het rollenspel tezelfdertijd in kleine groepen zal gebeuren, of met iedereen samen als klas. Moedig verlegen leerlingen aan om mee te doen.

Bepaal ook hoe het rollenspel zal verlopen. Zo kan het:

Laat de leerlingen nu een paar minuten nadenken over de situatie en hun rol daarbij. Als het klasmeubilair eventueel moet verplaatst worden om ruimte te maken, doe het dan nu.

De leerlingen spelen het rollenspel.

Tijdens het rollenspel kan het nuttig zijn om de actie op een kritiek moment te onderbreken, om deelnemers en toehoorders te vragen wat er aan het gebeuren is. Zo kan u in een rollenspel over geweld de leerlingen vragen of zij een manier kunnen bedenken hoe de situatie op vreedzame wijze kan opgelost worden. Vraag hen daarna om deze mogelijke oplossingen uit te beelden.

Het is belangrijk dat de leerlingen na het rollenspel nadenken over wat er juist gebeurd is, zodat het niet gewoon een activiteit is, maar ook een ervaring waar ze iets bij leren. Als u een rollenspel plant, zorg ervoor dat u op het einde voldoende tijd laat om de doelstellingen en de inhoud van het rollenspel in de verf te zetten. Als het bijvoorbeeld een schijnproces was met getuigen, vraag de leerlingen dan om een vonnis uit spreken, bespreek dit vonnis en hoe het tot standpunt gekomen is.

Als het rollenspel niet zo goed is verlopen, vraag de leerlingen hoe het kan verbeterd worden. Als het goed ging, kan het misschien voor de ganse school opgevoerd worden, met de nodige uitleg over de situatie die uitgebeeld wordt.

Denk ook aan het volgende

Omdat rollenspellen het echte leven nabootsen, kunnen zij vragen oproepen waarop er geen eenvoudig antwoord is, bijvoorbeeld over correct of verkeerd gedrag van een uitgebeeld personage. Geef niet de indruk dat er een antwoord is op elke vraag als dit niet zo is. Het is heel belangrijk dat leraars en leerlingen verschillende meningen als iets natuurlijk en normaal ervaren. Leraren mogen hun mening bij controversiële onderwerpen niet opdringen of tegen elke prijs trachten een consensus te bereiken. Wel kan u de punten waarover er overeenstemming bestond samenvatten en de andere punten die bediscussieerbaar zijn open laten.

Rollenspellen moeten voorzichtig aangepakt worden. De leraar moet de gevoelens van de individuele leerlingen en de sociale structuur van de klas respecteren. Zo moet men voorzichtig omspringen met een rollenspel over etnische minderheden als er leerlingen die hiertoe behoren in de klas aanwezig zijn, zodat deze zich niet bekritiseerd of gemarginaliseerd voelen.

 

Groepswerk

Wat en waarom?

Als u de klas in groepjes van twee of meer indeelt, geeft dit de leerlingen meer gelegenheid om actief deel te nemen en samen te werken.

Groepjes van twee of meer kunnen nuttig zijn om een aantal ideeën heel vlug uit te werken, of om de klas te helpen om over een abstract idee na te denken gezien vanuit hun eigen ervaring. Zo kan u bijvoorbeeld, als u het recht op leven bespreekt, groepjes van twee of meer vijf minuten geven om te beslissen “Is het in sommige gevallen gerechtvaardigd om iemand te doden?”, voor u met heel de klas de discussie verder zet.

Hoe?

Wanneer u de groepen organiseert, stel u dan vragen zoals: Wens ik de leerlingen in te delen volgens hun bekwaamheid? Wil ik jongens en meisjes bijeen zetten? Wil ik dat vrienden samenwerken? Soms kunnen groepen willekeurig gekozen worden, bijvoorbeeld volgens geboortedatum, alfabetisch of volgens andere criteria die niet voor de hand liggen.

Als de tafels en stoelen in de klas vast zitten aan de vloer, kunnen de leerlingen groepjes vormen door zich op hun zitplaats om te draaien zodat zij de leerlingen achter hen kunnen zien.

Als een groep een opdracht krijgt die langer dan een paar minuten duurt, kan het eventueel nodig zijn om een voorzitter en een verslaggever aan te duiden. De groep beslist zelf wie wat doet.

Organisatie: Leg de opdracht duidelijk uit. Zet de leerlingen zo dat ze elkaar kunnen zien. Zeg hen hoeveel tijd ze hebben om de opdracht uit te voeren.

Als de groepen bezig zijn:
ÿ Blijf op de achtergrond, maar blijf beschikbaar.
ÿ Onderbreek hen niet, tenzij men niet goed begrepen heeft wat er moet gebeuren.
ÿ Verdeel uw aandacht over alle groepen.
ÿ Laat hen onder mekaar discussiÎren, kom enkel tussen indien de groep dit vraagt.
ÿ Groepen hebben soms aanmoediging nodig om op gang te komen.
ÿ Een groepje van twee leerlingen zal waarschijnlijk stoppen als u bij hen komt.

Verslag: het is misschien nodig om de groepen voor heel de klas verslag te laten uitbrengen over hun werk. Dit kan gaan over een genomen beslissing, een samenvatting van een discussie, of informatie over hoe de groep heeft gefunctioneerd. Dit soort rapportering kan heel nuttig zijn voor de leraar en voor de klas om het leren werken in groep te verbeteren. Als de groepen een verslag moeten maken, moeten zij dit van tevoren weten zodat zij iemand kunnen aanduiden die hiermee belast is.

Evaluatie: vraag de leerlingen of het rollenspel nuttig was en wat zij ervan geleerd hebben. Als het antwoord negatief is, vraag hoe zij dit zouden aanpakken. Maak gebruik van hun ideeën.

 

Brainstormen

Wat en waarom?

Brainstormen is een manier om de creativiteit aan te moedigen en om een aantal ideeën te doen ontstaan. Het kan gebruikt worden om een bepaald probleem op te lossen of om een vraag te beantwoorden. Zo kan de klas het recht op nationaliteit bestuderen door antwoorden te bedenken op de vraag “Welke redenen zou een regering kunnen hebben om iemands nationaliteit af te nemen?”. U kan dit misschien toepassen:

Hoe?

Leg het onderwerp vast waarover u wil discussiëren. Formuleer het als een vraag waarop verschillende antwoorden mogelijk zijn. Schrijf de vraag op waar iedereen ze kan zien, bijvoorbeeld: “Op welke manier kunnen wij ons klaslokaal verbeteren?”

Vraag de leerlingen naar hun ideeën. Schrijf deze duidelijk zichtbaar op, liefst in enkele woorden of in korte zinnen.

Zeg de leerlingen dat bij brainstormen geen commentaar op de ideeën van iemand anders mag geleverd worden tot het brainstormen beëindigd werd en dat het niet de bedoeling is de ideeën die reeds ten berde kwamen te herhalen.

Moedig iedereen aan om mee te doen, maar ga de klas niet rond of dwing hen niet om over een bepaald idee na te denken. Dit zou waarschijnlijk de creativiteit ontmoedigen.

Spreek zelf ook geen oordeel uit over de ideeën terwijl u ze opschrijft. Vraag zo mogelijk aan een leerling om dit te doen. Breng enkel zelf ideeën aan als dat nodig is om uw leerlingen aan te moedigen.

Indien een idee niet duidelijk is, vraag de leerling dan om dit toe te lichten of geef zelf een verduidelijking en vraag de leerling of dat met zijn of haar bedoeling overeenstemt.

Schrijf elke nieuwe suggestie op. Dikwijls zijn de meest creatieve en onzinnige ideeën de interessantste en nuttigste!

Stop het brainstormen als er geen nieuwe ideeën meer komen. Nu kan u verder ingaan op elk van de suggesties en de groep vragen om commentaar.

 

Klassengesprek

Wat en waarom?

Gesprekken zijn een goede manier voor de leraar en de leerlingen om te ontdekken wat hun houding is over mensenrechten. Dit is heel belangrijk voor het onderwijs in mensenrechten, want de leerlingen moeten niet enkel de feiten kennen, maar zij moeten de thema’s zelf kunnen bestuderen en analyseren. Gesprekken zijn ook een gelegenheid om te leren luisteren, ieder op zijn beurt aan het woord te laten en andere groepsbekwaamheden te oefenen die belangrijk zijn bij het leren respecteren van de rechten van anderen.

Om een open discussie te kunnen houden, is het belangrijk om een sfeer van vertrouwen en wederzijds respect te hebben in de klas. Een manier om een serene sfeer te creëren is de leerlingen “Gespreksregels” te laten opstellen. Dit gebeurt best bij het begin van het schooljaar, maar deze regels kunnen gelijk wanneer opgesteld worden.

Hoe?

Vraag de leerlingen of zij wensen dat hun klas een plaats is waar zij zich vrij kunnen uiten en waar zij kunnen leren door met elkaar te discussiëren. (Dit onderwerp kan spontaan naar boven komen na een moeilijke discussie in de klas.)

Stel de mogelijkheid voor dat de klas tot een akkoord komt over welke regels moeten nageleefd worden bij het luisteren en bij het spreken.

Vraag de klas om na te denken over enkele principes voor een klassengesprek die iedereen zou moeten volgen. Schrijf al deze suggesties op. (Voor advies over brainstormen zie hoger).

Nadat de leerlingen een tijdje hun ideeën hebben gegeven, bekijk of het mogelijk is enkele voorstellen te combineren en nodig de klas uit om deze te becommentariëren. Als ze al niet door de leerlingen zelf zijn voorgesteld, kan u misschien enkele van de volgende principes suggereren:

ÿ Luister naar de persoon die spreekt.
ÿ Eén persoon tegelijk heeft het woord.
ÿ Steek je hand op als je iets wil zeggen.
ÿ Onderbreek de persoon niet die spreekt.
ÿ Als je het niet eens bent met iemand, let dan op dat je een onderscheid maakt tussen kritiek op iemands idee en op de persoon zelf.
ÿ Lach niet wanneer iemand aan het woord is (tenzij hij iets grappigs vertelt).
ÿ Moedig iedereen aan om mee te doen.

Stel voor dat de klas overeenkomt om de regels na te leven die ze hebben opgesteld. Dan zijn zij verantwoordelijk om de regels op henzelf en op anderen uit de klas toe te passen. Als er ernstige overtredingen zijn op deze regels, overleg dan met de leerlingen wat je zou kunnen beslissen en wat de gevolgen hiervan moeten zijn.

Schrijf deze lijst mooi op een groot blad papier en hang dit in de klas op voor de rest van het schooljaar. Zo kan u er indien nodig naar verwijzen of kunnen aanvullingen en wijzigingen aangebracht worden.

 

Vragen stellen

Wat en waarom?

Elke leraar stelt natuurlijk dagelijks vragen, maar welk soort vragen stelt hij/zij?

Dikwijls zijn het vragen als “Wat heb ik zojuist gezegd?”, die dienen om de klas te controleren of om wat met de leerlingen te lachen. Een ander soort vragen dat vaak gebruikt wordt zijn de zogenaamde “gesloten” vragen. Er is maar één juist antwoord op en zij worden gebruikt om de kennis van de leerlingen te testen. Veel van de activiteiten in deze handleiding maken gebruik van klassengesprekken om onderwerpen in verband met mensenrechten te bestuderen. Bij deze gesprekken zijn de vragen die u stelt heel belangrijk. Zij moedigen de leerlingen aan om mee te doen en over het onderwerp na te denken, zelfs heel jonge kinderen.

Hoe?

Hierna vindt u enkele voorbeelden van “open” vragen. Hoe meer u ermee werkt, hoe eenvoudiger het wordt. Het belangrijkste dat u moet onthouden is: “Wat verwacht ik van dit gesprek? Ja of neen antwoorden of een open interessant debat?”

Tenslotte, blijf eraan denken geen suggestieve of misleidende vragen te stellen zoals “X heeft gelijk, nietwaar?”. Dit ontmoedigt de medewerking van de leerlingen. Te veel vragen ineens of dubbelzinnige vragen moeten worden vermeden.

En denk eraan, een goedkeurend knikje, een glimlach of alleen maar op hetzelfde niveau als de klas gaan zitten, zal de kwaliteit van de antwoorden verbeteren!

 

Projecten

Wat en waarom?

Via projecten onderzoeken de leerlingen zelfstandig gedurende een langere tijd een onderwerp en dit resulteert in een eindproduct. Projecten zijn nuttig in het kader van mensenrechteneducatie omdat zij:

Hoe?

Er zijn verschillende stadia in een project. De nadruk moet er steeds op gelegd worden dat de leerlingen de verantwoordelijkheid opnemen voor hun eigen leerproces.

Het onderwerp of probleem: De leraar kan voorstellen doen en de klas laten kiezen, of zij kunnen direct door de klas gekozen worden door bijvoorbeeld aan brainstorming te doen. Het is goed om een directe vraag te stellen over een thema dat de leerlingen interesseert, bijvoorbeeld: “Worden vluchtelingen goed behandeld in onze stad?” of “Waarvoor hebben ouders het meest angst in verband met kinderen en drugs?”. De vraag moet zo duidelijk mogelijk zijn om te vermijden dat de leerlingen “verloren” lopen in het project. U kan ook kiezen voor een bepaalde activiteit of een hulpmiddel dat u uw leerlingen kan laten gebruiken.

Planning: Leraar en leerlingen moeten beslissen wanneer het project zal van start gaan, hoe lang het zal duren, welke hulpmiddelen gebruikt zullen worden, waar deze kunnen gevonden worden, of de leerlingen alleen of in groep gaan werken, op hetzelfde of op verschillende thema’s, enzoverder. Leerlingen die niet gewoon zijn om opzoekwerk te doen vinden het misschien gemakkelijker om in groep te werken. Het is heel belangrijk om in dit stadium af te spreken hoe het project zal afgesloten worden (hierna vindt u meer ideeën hieromtrent).

Onderzoek/actie: Door te werken met projecten verwerven de leerlingen heel vlug allerlei bekwaamheden. Bijvoorbeeld bij een onderzoek over de lokale gezondheidszorg moeten zij mensen bezoeken, interviews afnemen, lezen, foto’s nemen, statistieken verzamelen en gegevens analyseren. Bij een creatief project kan zowel technische kennis komen kijken, zoals leren werken met een videocamera, als creatief talent zoals bijvoorbeeld een spandoek maken. De beste projecten combineren zowel theoretische, sociale als creatieve vaardigheden zodat alle talenten van de leerlingen aangesproken worden. De leraar kan hier assisteren door vragen te beantwoorden of advies te bieden, maar de leerlingen zijn verantwoordelijk voor het eigenlijke werk.

Het eindresultaat: Dit kan een verslag zijn, een film, een tentoonstelling, een geluidsband, een lezing, een schilderij of een gedicht. Het is een goed idee als dit eindresultaat niet alleen de bevindingen van de leerlingen weergeeft, maar ook de verschillende stadia van het project en hun gevoelens over het onderwerp. Zo kunnen leerlingen die een postercampagne over alcoholmisbruik in hun stad samenstellen, foto’s van zichzelf maken terwijl zij aan het werk zijn, en beschrijven hoe zij hun ontwerpen gekozen en uitgewerkt hebben. Zij kunnen hun project aan hun eigen klas of aan een groter publiek voorstellen. Een project over armoede in de streek kan interesse wekken bij de plaatselijke krant of bij het gemeentebestuur dat misschien wel de resultaten wil kennen van een onderzoek naar schade aan het milieu.

Evaluatie: Omdat projecten dikwijls multidisciplinair zijn, is het misschien nuttig dat verschillende leraars een project beoordelen. De evaluatie dient de uiteenlopende bekwaamheden weer te geven die bij het project aan bod kwamen en niet enkel oog hebben voor de kennisaspecten.

 

Zoemsessie

Wat en waarom?

Een zoemsessie kan nuttig zijn om afwisseling te brengen in het ritme van de les, bijvoorbeeld na een lange uiteenzetting door de leraar. Het is een gelegenheid om in groepjes van twee of van drie te praten.

Hoe?

Zeg de leerlingen dat zij gedurende vijf minuten kunnen reageren op wat juist gezegd of getoond werd. Zij mogen zeggen wat zij voelen, wat zij denken of elkaar vragen stellen over iets dat zij niet begrepen hebben. Na de zoemsessie kan elke groep uitgenodigd worden om met de rest van de klas ideeën uit te wisselen of vragen te stellen.

 

Tekenen

Wat en waarom?

Het maken van afbeeldingen kan in het klaslokaal gebruikt worden om tal van vaardigheden te ontwikkelen: de waarneming, de samenwerking, de verbeelding, het vermogen zich in de afgebeelde personen in te leven. Daarnaast leren ze hun medeleerlingen ook beter kennen. Het maken van tekeningen is nuttig bij mensenrechteneducatie omdat het werk van de klas in de school kan getoond worden zodat de waarden van mensenrechten ook met andere leerlingen worden gedeeld. Hierna vindt u enkele ideeën hoe u dit kan aanpakken.

Hoe?

of:

 

Afbeeldingen en foto’s

Wat en waarom?

Omdat afbeeldingen of foto’s voor iedereen die ze bekijkt identiek zijn, maar toch door elk van ons op een verschillende manier geïnterpreteerd worden, kunnen ze de leerlingen heel goed duidelijk maken hoe wij alles toch verschillend zien.

Hoe?

Geef aan groepjes van twee leerlingen elk een afbeelding om te bekijken. Zij krijgen dan vijf minuten om al hun vragen hierover op te schrijven. Vraag hun dan om er de vier belangrijkste vragen uit te kiezen. De afbeelding kan betrekking hebben op een onderwerp waarover u of een andere leraar les aan het geven bent.

Vraag nu aan elke groep om de foto en de bijhorende vier vragen aan de groep rechts van hen te tonen. Geef hen tien minuten voor overleg om een antwoord te vinden op al hun vragen. Laat hen twee lijsten maken:

ÿ vragen waarop zij geen antwoord weten

ÿ vragen waarop zij een mogelijk antwoord hebben

Voor de vragen met een mogelijk antwoord is het belangrijk dat zij noteren waarom zij dit antwoord kozen. Bijvoorbeeld als zij denken dat een kind op de foto van een land met een koud klimaat afkomstig is, welke aanwijzingen zijn er op de foto die hen hielpen tot dit besluit te komen?

Maak nu een overzicht met alle foto’s, vragen en antwoorden. Vraag de leerlingen om naar elkaars reeks van foto, vragen en antwoorden te kijken en waar nodig commentaar te geven. Voorzie de mogelijkheid voor leraars, ouders en andere leerlingen om commentaar en eigen ideeën te geven.

 

Cartoons en stripverhalen

Wat en waarom?

Cartoons en stripverhalen hebben een sterke invloed op jongeren. Zij kunnen amusant zijn en informeren of vooroordelen en stereotypen bevestigen. Zij kunnen op verschillende manieren in de klas gebruikt worden. U kan bijvoorbeeld een gesprek voorbereiden over geweld in de media, door de leerlingen te laten tellen hoe dikwijls in een week er geweldscènes voorkomen in cartoons en stripverhalen. Strips getekend door de leerlingen zelf kunnen ook nuttig zijn als een manier om mensenrechten aan bod te laten komen in de rest van de school.

Hoe?

Neem strips uit kranten, weekbladen, stripbladen en advertenties die te maken hebben met het thema dat besproken wordt, zoals geweld, onverdraagzaamheid of racisme. Vraag de leerlingen om hierover in groep te discussiëren. Stel de volgende vragen:

of:

Vraag de leerlingen om een onderwerp over mensenrechten te kiezen en hierover een tekening of cartoon te maken. Laat hen proberen dit thema zo krachtig mogelijk weer te geven, zodat de afbeeldingen anderen zullen aanzetten om erover na te denken.

Toon daarna de resultaten van hun werk.

 

Video

Wat en waarom?

Organisaties zoals de Raad van Europa en Amnesty International hebben video’s laten maken voor gebruik in de klas. Fragmenten uit het TV-nieuws of een documentaire kunnen ook nuttig zijn.

Hier volgen enkele suggesties voor het gebruik van een video:

Als de leerlingen met informatie uit een video werken, zullen ze deze waarschijnlijk beter onthouden. Zij kunnen bijvoorbeeld hun fantasie gebruiken om een dagboek te schrijven, gezien vanuit het standpunt van een personage uit de video, of de video gebruiken als basis voor een gesprek. Bekijk ook de andere onderwijsmethodieken in deze handleiding om ideeën op te doen.

 

Kranten

Wat en waarom?

De media zijn essentieel om informatie te verspreiden in een democratische samenleving. Toch komen we subjectieve verslaggeving tegen die gebruikmaakt van clichés en vooroordelen. Het opsporen en analyseren van deze vooroordelen in de kranten leert de leerlingen ze te ontdekken en er tegen in te gaan bij alledaagse situaties. Dit soort activiteiten ontwikkelt ook hun communicatievaardigheid.

Hoe?

Kies een actueel mensenrechtenthema dat veel aandacht krijgt in de media, bijv. de behandeling van minderheden. Ofwel kan u kiezen voor een thema zoals onverdraagzaamheid dat in verschillende verhalen terug te vinden is.

ÿ Suggereert de titel van het artikel het standpunt over het onderwerp?
ÿ Wat is uw eerste indruk over de situatie die beschreven wordt? Is er iemand fout geweest? Zo ja, wie?
ÿ Wordt er iemand direct beschuldigd? Zo ja, wie?
ÿ Is er enig bewijs dat de beschuldigingen kan waarmaken?
ÿ Hoe groot is het deel van het artikel dat kritiek heeft op de persoon?
ÿ Hoe groot is het deel van het artikel dat hem/haar steunt of verdedigt?
ÿ Worden degenen die kritiek krijgen zelf aan het woord gelaten?
ÿ Welke zinsnede heeft het meest bijgedragen tot jouw indruk over het artikel?
ÿ Wordt het standpunt van gewone mensen over het thema weergegeven?
ÿ Wat is de houding van bevoegden (zoals sociale werkers, politie, functionarissen enz)?

Dit soort onderzoekswerk kan op verschillende manieren een vervolg krijgen, bijvoorbeeld door een breder opengetrokken discussie. Ook kunnen de leerlingen hun eigen krantenartikel schrijven of een vergelijking maken tussen een krantenartikel over een onderwerp en de behandeling ervan op radio of TV.

U kan de leerlingen ook vragen om interessante zelf gevonden artikels of verhalen uit kranten mee te brengen. Op die manier kan een verzameling gemaakt worden, die nuttig kan zijn voor gesprekken in de klas. U kan de ouders erbij betrekken door hen mee te helpen zoeken naar interessant materiaal.

 

Interview

Wat en waarom?

Als we lesgeven over mensenrechten, kunnen we in boeken op zoek gaan naar de letter van de wet. Maar om concrete voorbeelden van mensenrechten in de praktijk te vinden moeten we in onze eigen omgeving rondkijken. Indien de klas bijvoorbeeld de rechten van het kind bestudeert, zullen de ouders en grootouders een belangrijke bron van informatie zijn over hoe het leven van een kind is veranderd in de loop der jaren.

Interviews zijn een goede manier om de buitenwereld in de school binnen te brengen, om de studie over mensenrechten te koppelen aan het echte leven en om de leerlingen beter te leren omgaan met alle soorten mensen.

 

Woordenassociatie

Wat en waarom?

Deze methodiek kan gebruikt worden wanneer u met uw leerlingen een nieuw thema aansnijdt om te vernemen hoeveel ze er reeds over weten en, om bij het afronden van het thema, te vernemen hoeveel zij er over bijgeleerd hebben.

Hoe?

 

Informatie omvormen

Wat en waarom?

Een goede manier om zich informatie eigen te maken en ze te begrijpen is deze om te zetten in een andere vorm, bijvoorbeeld door naar een verhaal te luisteren en dit in tekeningen uit te drukken. De leerlingen moeten dan de essentie van de informatie zoeken en bepalen hoe ze deze moeten herwerken. De leerling moet dan uitmaken “Ik ga het op deze manier doen omdat ...”.

Deze techniek helpt zowel hun verbeelding te ontwikkelen als het observatie-, selectie- en redeneervermogen aan te scherpen.

Hoe?

Ideeën voor nieuwe vormen

 

 

Startpagina VORMEN vzw | Vorige | Beginpagina | Inhoudsopgave | Volgende