Startpagina VORMEN vzw | Vorige | Startpagina Allemaal Anders | Inhoudstabel | Volgende
Overzicht activiteiten Allemaal Anders
Deel A: Kernconcepten en basis voor interculturele vorming
Hoofdstuk 1: Uitdagingen, problemen en oorzaken
De realiteit in onze samenlevingen: verscheidenheid
Noord-Zuid, een kwestie van onevenwicht
Oost-West op zoek naar een nieuw evenwicht
Deel A: Kernconcepten en basis voor interculturele vorming
Hoofdstuk 1: Uitdagingen, problemen en oorzaken
Kijken naar:
het waarderen van verschillen.
de economische verdeling in het Noorden en het Zuiden
een veranderend continent.
mensen in beweging.
onze reactie op de veranderingen.
de noodzaak voor nieuwe antwoorden op nieuwe situaties.
De realiteit in onze samenlevingen: verscheidenheid
Wij, mensen, zijn allemaal op vele manieren verschillend en kunnen geïdentificeerd worden op basis van meerdere criteria: geslacht, leeftijd, fysische kenmerken, seksuele geaardheid, persoonlijkheid, hobbys, levensstandaard, geloof
In dit pakket vestigen we de aandacht op culturele, sociale en etnische verschillen. We kijken naar de interactie tussen mensen die verschillen qua levensstijl, waarden en culturen en naar de relaties tussen meerderheden en minderheden in onze samenleving.
We werken vanuit die verschillen. Verschillende standpunten, ideeën, waarden en gedragingen zijn het vertrekpunt van waaruit we komen tot een akkoord. Door de interactie van de verschillen is het mogelijk om tot nieuwe oplossingen en nieuwe principes voor actie te komen. Deze zijn gebaseerd op gelijkwaardigheid en op gelijke rechten voor allen.
Deze zaken zijn ons wel duidelijk als we denken aan mensen in andere samenlevingen of landen, maar het is ook nodig te spreken over wat er gebeurt binnen onze eigen geografische grenzen.
We voelen ons anders dan degenen die geboren en getogen zijn in ons land, maar wiens cultuur en levensstijl verschilt van die van ons. De uitdaging bestaat erin te ontdekken hoe we creatief en interactief kunnen omgaan met verschillen in onze samenleving.
Doorheen de geschiedenis zijn er meerdere immigratiegolven geweest zodat Europa nu een thuis is voor mensen van vele, verschillende culturen. Dit maakt het leven zowel uitdagender en boeiender maar ook veel complexer. Dit is dan ook de realiteit van de 21ste eeuw: we leven in een multiculturele samenleving.
Verschillen tussen de mensen onderling worden niet als een troef gewaardeerd,
maar leiden doorgaans eerder tot argwaan of afkeuring.
We leven in een verwarrende wereld. Enerzijds lijken we dichter naar elkaar toe te groeien. De enkelen die toegang hebben tot de informatiesnelweg of satelliettelevisie, kunnen in luttele seconden in contact treden met mensen aan de andere kant van de planeet. Anderzijds is het zo dat dichter bij huis de communicatieproblemen groter worden. We maken onvoldoende gebruik van de mogelijkheden die multiculturele samenlevingen bieden. We kunnen ons verrijken met haar diversiteit, een kans die we nu laten voorbijgaan.
Spijtig genoeg geeft de aanwezigheid van andere mensen in een land dikwijls aanleiding tot desinteresse en onverschilligheid, zelfs tot discriminatie en intolerantie. Voor de minderheden in onze samenlevingen sijpelt discriminatie door in alle domeinen van het leven van verstrekking van openbare diensten tot tewerkstellingsmogelijkheden, verschillende niveaus van toezicht door de politie, huisvesting, politieke organisatie en vertegenwoordiging, toegang tot onderwijs...
Het escaleren van onverdraagzaamheid leidt dikwijls tot geweld en in de meest extreme gevallen tot gewapende conflicten. Volgens het Peace and Conflict Research Departement aan de Universiteit van Uppsala in Zweden vonden er in heel de wereld tussen 1989 en 1994 ten minste 90 gewapende conflicten plaats. Slechts 4 hiervan waren conflicten tussen staten; de overige 86 vonden plaats binnen die staten zelf. Deze laatsten omvatten burgeroorlogen omwille van territoriale en politieke geschillen en ook etnische, nationalistische en godsdienstconflicten.
Bijna elk land is ontstaan door de integratie van verschillende culturen. In Europa kan enkel IJsland nog beschouwd worden als een monoculturele samenleving. En zelfs daar is dit aan het veranderen! Als verscheidenheid de norm is binnen onze samenlevingen, waarom is er dan zon intolerantie ten aanzien van mensen die we als verschillend beschouwen? Het is duidelijk dat er geen eenvoudig antwoord is op deze vraag. En dieper ingaan op elk aspect waar we rekening moeten mee houden, vergt meer dan in dit pakket mogelijk is. Toch kan het pakket misschien wat klaarheid scheppen als we proberen de oorsprong van deze nieuwe multiculturele samenlevingen te onderzoeken, die immers minder plotseling zijn ontstaan als het wel lijkt.
Vraag: Wanneer hoorde je voor het eerst van een multiculturele samenleving?
Wat betekende dit toen voor je?
En wat betekent het nu voor je?
In Europa werden de multiculturele samenlevingen het duidelijkst ontwikkeld na de Tweede Wereldoorlog. Toen de ideologische opsplitsing in Oost en West een feit werd, ontstonden er grote volksbewegingen binnen en rond de invloedssfeer van de Sovjetunie. En het economisch herstel in Noord- en Centraal Europa (vooral in Groot-Brittannië, Frankrijk, Duitsland en Nederland) betekende dat er daar meer arbeidskrachten nodig waren.
De huidige multiculturele samenlevingen zijn grotendeels het gevolg van politieke en economische processen.
Tijdens de jaren 50 en 60 vonden er twee belangrijke migratiestromen plaats. Eerst kwamen degenen die zeiden : « we zijn nu hier, want jullie waren ook bij ons ». Dit was de immigratie vanuit kolonies en ex-kolonies naar het moederland door mensen van een andere etnische oorsprong (Groot-Brittannië India, Frankrijk Algerije, Nederland Indonesië). Vervolgens begonnen de meer geïndustrialiseerde landen mensen te rekruteren uit Zuid-Europa (Spanje, Portugal, Italië, Griekenland, Joegoslavië, Turkije) en uit andere landen in de omgeving.
Ze kwamen als handarbeiders terecht op de arbeidsmarkten in de ontvangende landen en werden eerder vriendelijk verwelkomd. Ze waren dan ook nodig.
De economische crisis die in 1973 begon, veranderde de situatie. Stijgingen van de olieprijzen, die voordien ondenkbaar waren, moedigden de ontwikkeling aan van nieuwe technologieën en productievormen.
Als gevolg hiervan steeg de werkloosheid in de geïndustrialiseerde landen snel.
Vraag: Welk soort emigratie of immigratie kwam er in jouw land voor tussen 1950 en 1970?
Deze werkloosheid was structureel en beïnvloedde vooral de zwaksten in het productiesysteem, met name de ongeschoolde arbeiders, vooral dan vreemde immigranten. De oorspronkelijk vriendelijke verwelkoming ging over in angst of verdachtmaking: «je bent hier niet meer nodig».
De vreemdelingen werden als zondebokken voor de economische problemen beschouwd en werden er van beschuldigd dat ze jobs afnamen van de eigen bevolking. Veel immigranten van de jaren 50 en 60 keerden naar hun thuisland terug, dat ondertussen ook leed onder de economische crisis. Eén van de minder bekende gevolgen van de massale omwentelingen van de laatste jaren in Centraal en Oost-Europa is dat arbeiders en studenten uit landen als Vietnam, Mozambique en Cuba ook verplicht werden terug te keren naar hun land. Ook zij waren niet meer nodig.
Vanaf het einde van de jaren 70 is Europa een belangrijke bestemming geworden van een nieuwe migratiegolf uit de zuidelijke mediterrane en de zogenaamdederde wereldlanden. In tegenstelling tot de migratie van de jaren 50 en 60 werd deze migratie niet door de Europese landen zelf op gang gebracht. De oorsprong en de verklaring zijn terug te vinden in de hachelijke sociale, economische en politieke situatie van de meerderheid van de landen in de wereld.
Noord-Zuid, een kwestie van onevenwicht
Het internationale economische systeem
Doorheen de geschiedenis is onze wereld op verschillende manieren ingedeeld. De Romeinen deelden haar op in het Romeinse Rijk en de Barbaarse wereld. Na de reizen van Columbus sprak men van de nieuwe en de oude wereld. Een ijzeren gordijn werd na het einde van de tweede wereldoorlog opgetrokken om West- van Oost-Europa te scheiden. Meer recent is men beginnen spreken van een wereld die verdeeld is tussen Noord en Zuid.
Vraag: Welke andere indeling kan je bedenken?
Deze manier van opdelen heeft niets te maken met de geografische ligging van elk land ten noorden of ten zuiden van de Evenaar (Australië ligt economisch in het Noorden!), maar wel met een meer complexe economische en politieke situatie.
Slechts een kleine minderheid van alle bewoners van deze planeet geniet van de voordelen van de kleinere wereld waar we het eerder over hadden. Zij geniet van technologische ontwikkelingen en van een consumptieniveau dat ver uitsteekt boven het strikt noodzakelijke. De termen Noord en Zuid zijn veralgemeningen, en er zijn veel onderlinge verschillen tussen landen van elke groep. Er valt echter niet te ontkennen dat armoede de echte barrière is die Noord van Zuid scheidt. Hoewel er ook armoede bestaat in het noorden, kunnen we zeggen dat wie arm is in die landen, nog altijd veel beter af is dan wie in het zuiden woont.
Vraag: Hoe zou jij armoede omschrijven? Hoeveel mensen uit je omgeving leven in armoede?
Uit statistieken van 1990, geciteerd door Equipo Claves blijkt het dat van de 159 leden van de Verenigde Naties er slechts 16 als ontwikkeld beschouwd worden. De andere landen (143) worden beschouwd als onderontwikkeld. Het voornaamste kenmerk van onderontwikkeling houdt in dat een land niet in staat is voor zijn eigen ontwikkeling te zorgen. Het is economisch en cultureel afhankelijk van andere landen.
Vraag: Wat is ontwikkeling? Wie bepaalt de criteria van ontwikkeling?
Deze armoede heeft geen natuurlijke oorzaak. In veel gevallen hebben de betrokken landen meer natuurlijke rijkdommen dan de ontwikkelde landen en hadden ze in het verleden bloeiende economieën. Wat zijn dan de redenen voor deze ongelijke en onrechtvaardige situatie? Enigszins vereenvoudigend kunnen we stellen dat de toestand van deze landen stamt uit het internationaal systeem, dat onze wereld politiek en vooral economisch overheerst.
Een onevenwicht dat door ieder van ons mee in stand wordt gehouden.
Na de tweede wereldoorlog werd het huidige internationaal economisch systeem gecreëerd door een klein aantal landen uit het Noorden. Deze landen legden regels op en maakten structuren die overeenkwamen met hun belangen (denk aan het internationaal Monetair Fonds= IMF, de Wereldbank, handelsovereenkomsten
) en ze gebruikten hiervoor middelen die niet van hen waren. Kort gezegd: ze ontwierpen een systeem, waarbij de ontwikkeling van enkelen werd gedragen door de armoede van de meerderheid. Tussen 1950 en 1990 verdriedubbelde het netto inkomen per persoon in de rijke landen, terwijl dit nauwelijks verhoogde in de armere landen.
Vraag: Het is moeilijk voor een land zoals de Filippijnen om in ontwikkeling te voorzien terwijl het 47 percent van haar nationaal product gebruikt om haar nationale schuld af te betalen. Wie is volgens jou verantwoordelijk voor zulke situaties? Welk effect zou een zodanig hoge schuld hebben op het land waarin jij woont?
Andere, meer subtiele vormen van afhankelijkheid traden op de voorgrond. De belangrijkste vorm hiervan is de buitenlandse schuld waar veel ontwikkelingslanden onder lijden. De landen uit het Zuiden raakten verstrikt in een systeem, waarbij ze hun belangrijkste rijkdommen moesten exploiteren en verkopen om machines en technologie te kunnen bekostigen.
De fundamentele ongelijkheden van het economisch systeem, burgeroorlogen (Rwanda, El Salvador,
) natuur- en milieurampen (het uitbreiden van de woestijn, aardbevingen), honger en een sterke bevolkingsgroei (vooral in Afrika) zorgen samen voor een dramatische situatie. Een groeiend aantal mensen nam een pijnlijke, zo niet traumatiserende beslissing hun huizen te verlaten, te emigreren of asiel te zoeken.
Vraag: Wat is, denk je, het verschil tussen een migrant, een vluchteling en een intern verplaatst persoon?
In december had het Hoog Commissariaat voor de Vluchtelingen van de Verenigde Naties de verantwoordelijkheid over 23 miljoen vluchtelingen (in 1974 ging het nog maar om 2,4 miljoen), waar nog eens 25 miljoen verplaatsten moeten bijgeteld worden. Kan je je voorstellen wat deze cijfers betekenen in termen van menselijk leed? In het noorden wordt onze aandacht voor het zuiden meer en meer afgeleid. Vooral in Europa hebben we uitsluitend naar onszelf gekeken..
Oost West op zoek naar een nieuw evenwicht
Europa verandert steeds weer.
Wat is Europa? Waar begint het? Waar eindigt het? Hoeveel landen zijn er in Europa? Wie kan zich Europeaan noemen? Is er een Europese cultuur? Wie geeft erom? Zulke vragen trachten te beantwoorden is veel moeilijker geworden sinds eind 1989. Geen Sovjet-Unie meer, meer dan drie jaar oorlog in wat vroeger Joegoslavië was, de eenmaking van Duitsland, onafhankelijkheid voor de Tsjechische en de Slowaakse Republieken. De gevolgen van deze transities zijn enorm.
Vraag: Wat waren sinds 1989 de meest ingrijpende veranderingen in het land waarin je woont ?
Hoewel Straatsburg geografisch gezien dichter bij Praag ligt dan bij Parijs, zal het nog lang duren eer we die afstand ook in gedachten kleiner inschatten. Zulke monumentale veranderingen roepen vele emoties op: hoop op een Gemeenschappelijk Europees Huis met open grenzen, vrees voor massale golven van migratie, hoop voor nieuwe naties, vrees voor meer conflicten. Over de verhoudingen tussen staten en volkeren die ooit vastlagen moet nu terug onderhandeld worden. (Zelfs die uitspraak kan onderuit gehaald worden als men bijvoorbeeld kijkt naar de geschiedenis van Cyprus of Noord-Ierland). Het beeld dat we van elkaar hebben wordt ingewikkelder gemaakt door de verschillende versies van Europa die geconstrueerd worden.
Verschillende Europas
Het is geen geheim dat de krachten pro een Europese integratie geconfronteerd worden met grote moeilijkheden. Er is een groeiend besef dat landen zijn samengesteld uit volkeren met een verschillende geschiedenis en andere waarden. Het zijn niet louter economische eenheden, bij elkaar te brengen ten voordele van een economie van een zekere omvang. De uitbreiding van de Europese Unie was bijvoorbeeld niet zo eenvoudig als werd verwacht.
Vraag: Zweden, Oostenrijk en Finland hebben er voor gekozen om lid te worden van de EU. Waarom denk je dat de meerderheid van de Noren tegenstemde?
Het aantal leden van de Raad van Europa is tussen 1989 en 1995 van 23 tot 34 gestegen; ze bedraagt ondertussen 44 lidstaten, en dan is dit nog altijd niet het grootste forum voor samenwerking in Europa. Die eer komt toe aan de Organisatie voor Vrede en Samenwerking in Europa (OVSE), die momenteel meer dan 50 leden telt, waaronder de VS en Canada. Zulke instellingen hebben elk hun specifieke functie, maar ze hebben allen iets gemeen ze zoeken naar Europese oplossingen, uidagingen waarmee we geconfronteerd worden in het begin van de 21ste eeuw.
Het zijn niet alleen de regeringen en de industrie die de intensiteit en de vormen van samenwerking in Europa opdrijven en uitbreiden. Vakbonden, jeugdorganisaties en culturele projecten werken, samen met hun leden, aan een Europa met een menselijk gezicht.
Vraag: Welke andere vormen van Europese samenwerking ken je? Wat bereiken ze, en welke problemen hebben ze?
Interessant genoeg voelt niet elke inwoner zich Europeaan. We zullen dieper ingaan op het begrip identiteit in hoofdstuk twee, maar hier kunnen we ons al de vraag stellen of het mogelijk is een Europese identiteit te hebben. De samenwerking tussen sommige landen waar we het al eerder over hadden, leidt logischerwijze tot de uitsluiting van andere. Terwijl de grenscontroles tussen zekere Europese landen afnemen, verhogen de barrières buiten deze gebieden. Als voorbeeld verwijzen we naar de onmiddellijke gevolgen van het Schengen-verdrag. Dit is een intergouvernementeel akkoord, dat beoogt de grenscontroles tussen de betrokken landen af te schaffen, het visumbeleid te harmoniseren, misdaadpreventie en opsporingen te coördineren en informatie aangaande asielzoekers uit te wisselen. Ondertussen is het akkoord van Schengen opgenomen in het Verdrag van Amsterdam en maakt sindsdien deel uit van de grondverdragen van de Europese Unie. Er zijn slechts enkele Europese landen die een uitzondering hebben bekomen en dus niet meedoen met Schengen.
Vraag: Nu de buitengrenzen van Europa worden versterkt, kan men argumenteren dat men aan een Fort Europa aan het bouwen is. In welke mate ben je het hiermee eens?
Nu we enkele grote ontwikkelingen op ons continent hebben beschreven en haar relaties met de rest van de wereld hebben besproken, is het tijd om nader te gaan onderzoeken wat er gebeurt op het terrein.
Minderheden in Europa
Opgepast! Een minderheid op één plaats kan één meerderheid zijn ergens anders.
Plaatselijke minderheden
In bijna elke staat vindt men traditionele minderheden. Dit zijn etnische groepen die daar al sinds eeuwen zijn, maar die andere eigenschappen, manieren, gewoonten en levenswijzen hebben. We zouden een massa voorbeelden kunnen aanhalen, maar we beperken ons tot enkele. De Europese geschiedenis werd gekentekend door expansionistische bewegingen, handelsrelaties, religieuze en militaire veroveringen. Die hebben allen bewegingen van mensen en culturen veroorzaakt. De Normandische koningen uit de elfde eeuw slaagden erin hun heerschappij te doen gelden in Brittannië, Spanje en Sicilië. De troepen van het Ottomaanse Rijk bereikten de poorten van Wenen in 1529 en opnieuw in 1683. Litouwen was de grootste staat van veertiende-eeuws Europa. (We moeten voorzichtig omspringen met dit soort historische feiten: de grootste staat in het veertiende-eeuwse Europa zouden we bijvoorbeeld ook kunnen beschrijven als Pools, in plaats van Litouws. Dit verschil in analyse is ook nu nog het onderwerp van geschillen.) Zoals Richard Hill aangeeft, is de stad Hilok, in wat Oost-Kroatië was, een mooi voorbeeld van de veranderingen met de tijd. In 1992 bestond de bevolking uit 3000 Serviërs, een jaar daarvoor uit 3000 Kroaten, 500 Serviërs en 1900 Slowaakse afstammelingen van 19e-eeuwse migranten. Zestig jaar geleden, in 1930, waren veel van de inwoners Duitsers en Joden. In de tijd van het Ottomaanse Rijk was Hilok een moslimnederzetting. Daarvoor was het katholiek.
Vraag: Wanneer is een minderheid geen minderheid? Wanneer is het een machtige elite? Ben je het hiermee eens?
In Spanje bestaan de traditionele minderheden voornamelijk uit de Roma en de Sinti of Gitanos (zigeuners die ook in andere landen een etnische minderheid zijn) en de joodse, de moslim- en hindoegemeenschappen die verblijven in Ceuta en Melilla. In Zweden leeft een aanzienlijke Finse minderheid. In Turkije bestaat naar schatting 17 percent van de bevolking uit Koerden. Er zijn 21000 Travellers in Ierland. Ongeveer negen percent van de bewoners van Roemenië zijn Hongaars.
Vraag: Ken je een stad in je buurt met een vergelijkbare geschiedenis?
Tot de jaren 80 leek het van buitenaf bekeken alsof Joegoslavië een van de meest positieve voorbeelden vormde van hoe verschillende volkeren vreedzaam met elkaar kunnen samenleven. Nu is het moeilijk in te schatten of dit beeld verkeerd was en in welke mate de ongelijkheden verstopt werden. Wat wel in het oog springt is de complexiteit van de relaties tussen Slovenen, Bosniërs, Kroaten, Moslims, Serviërs, Montenegrijnen, Macedoniërs, Roemenen, Bulgaren, Hongaren, Albanezen, Zigeuners en Grieken - om slechts diegenen te vernoemen, die als categorie waren opgenomen in de volkstelling van 1991.
Terwijl ze vroeger een minderheid waren in Joegoslavië, maken de Slovenen nu de meerderheid van de bevolking uit in Slovenië (87,6 percent). Onafhankelijkheidsverklaringen en de herverdeling van grondgebied na oorlogen hebben een grote rol gespeeld in de creatie van minderheden. Na de val van de Sovjet-Unie woonden 25 miljoen Russen buiten de Russische Federatie. Zij vormden minderheden van een aanzienlijke grootte in de nieuwe onafhankelijke landen, met name in Estland, Letland en Litouwen. In 1920 scheidde het verdrag van Trianon twee derde van het Hongaarse grondgebied af, samen met een derde van de Hongaarse bevolking, waarvan velen gewoon in hun steden en dorpen bleven wonen. Hun nakomelingen wonen vandaag nog in de Slowaakse Republiek, in Roemenië en in Ex-Joegoslavië.
Vraag: Met hoeveel mensen moet je zijn om een minderheidgroep te vormen?
De beslissing om een groep mensen als een minderheid te definiëren is een fundamentele uitdaging en een risico. Het is gevaarlijk, omdat het kan leiden tot een toename in discriminatie en tot segregatie. Aan de andere kant kan het leiden tot meer rechten en verantwoordelijkheden voor de betrokken groep.
Geen enkele Europese staat bestaat alleen maar uit mensen die een en dezelfde taal spreken, nochtans kiezen sommige staten ervoor om maar één officiële taal te hebben. Vooral in de laatste decennia zijn de gebruikers van minderheidstalen naar officiële erkenning van hun taal beginnen streven. Ze ijveren voor onderwijs in hun taal en voor de mogelijkheid om hun eigen media op te zetten (publicaties, radio, TV-programmas)
Vraag: van welke andere soorten rechten kunnen of zouden zulke minderheden moeten kunnen genieten?
Sinds 1949, het eerste jaar van haar bestaan heeft de Raad van Europa meermaals de situatie van nationale minderheden onderzocht. Hoewel het mogelijk is te begrijpen dat de term verwijst naar die mensen die zich verplicht zagen te migreren of die, door het veranderen van de grenzen, nu in een ander land wonen, is het toch onmogelijk gebleken om tot een consensus te komen omtrent de interpretatie van de term nationale minderheden. De Verklaring van Wenen uit 1993 (zie appendix 1) gaf een nieuwe impuls aan de bescherming van zulke minderheden. Een gevolg hiervan was, dat de lidstaten voor de Kaderconventie voor de Bescherming van Nationale Minderheden, die werd aangenomen in 1994, kozen voor een pragmatische aanpak. Deze conventie bevat geen definitie van de term nationale minderheid, waardoor elk geval op zich kan worden bekeken tegen de achtergrond van de specifieke situatie in een bepaalde lidstaat. De staten die de conventie ondertekenen en ratificeren, verbinden zich ertoe om nationale minderheden in staat te stellen essentiële elementen van hun identiteit in stand te houden. Het gaat hierbij vooral om hun taal, godsdienst, tradities en cultureel erfgoed. Zelfdefinitie is ook belangrijk en Artikel 3.1 spreekt dan ook van het recht voor ieder individu om te kiezen of het wel dan niet als lid van een bepaalde nationale minderheid behandeld wil worden.
Vraag: Heeft het land waarin je woont deze conventie ondertekend en geratificeerd?
Migranten, immigranten en vluchtelingen
Ook op dit vlak is de terminologie ingewikkeld. In veel Europese landen behoort het tot het dagelijks taalgebruik om de term migranten te gebruiken voor mensen die afkomstig zijn uit een ander land. Er is zelfs een Forum voor Migranten opgericht door de Europese Commissie. Voor jonge mensen met de Britse nationaliteit die wonen in Manchester en laten we zeggen, van Jamaïcaanse afkomst zijn, en wiens ouders geboren zijn in Groot-Brittannië, is het misschien enigszins verbazend dat dit Forum iets voor hen zou kunnen betekenen. Sommigen spreken van migranten, anderen van gastarbeiders en in enkele documenten van de Raad van Europa is er zelfs sprake van reserves van buitenlandse bevolking. Hoewel het sommigen goed zou uitkomen als migranten slechts dit waren, wordt het steeds duidelijker dat de meesten onder hen hier zullen blijven. Velen onder hen hebben de nationaliteit van het land waar ze leven.
Vraag: Als een buitenlands koppel een kind krijgt in jouw land, is dat kind dan ook een buitenlander?
Problemen met definities en verschillen in methode om statistieken bij te houden zorgen ervoor dat vergelijkbare gegevens tussen landen niet altijd bestaan. Bijna per definitie zijn illegale immigranten moeilijk te tellen, maar, vooral voor onscrupuleuze politici, gemakkelijk in te schatten. (Het is een beetje zoals met de zwijgende meerderheid omdat ze zwijgt, kan iedereen in haar naam spreken) Mensen zijn niet illegaal, het is het rechtssysteem dat hen zo definieert. Voeg hier nog aan toe dat in elk land naturalisatieaanvragen volgens andere regels en aan een andere snelheid behandeld worden, en het is duidelijk dat we zeer voorzichtig moeten omspringen met statistieken. Ja, zelfs met die paar statistieken die we in dit pakket gebruiken.
Vraag: Waar kunnen we zulke informatie vinden? Wie produceert dit? Wie maakt er gebruik van?
We verwezen eerder al naar de verschillende patronen van migratie binnen en naar Europa toe. Tot begin jaren 90 bestond het grootste aandeel van migraties uit familieherenigingen van gastarbeiders die zich hier in de jaren zestig en zeventig hadden gevestigd. Italië, Portugal en Spanje zijn recent immigratielanden geworden, terwijl zij vroeger emigranten leverden. Samen met Frankrijk, zijn Italië en Spanje nu de belangrijkste bestemmingen voor migranten uit Noord-Afrika. In de meeste landen bestaat de buitenlandse bevolking uit een klein aantal nationale groepen. In 1990 bijvoorbeeld bestond in Frankrijk 39 percent van de vreemdelingen uit Algerijnen, Marokkanen en Tunesiërs. In Zwitserland ging het voor 32 percent om Italianen en in Nederland voor 29 percent om Turken.
Op een migratieconferentie, in 1991 georganiseerd door de Raad van Europa, werd voorspeld dat binnen de drie jaar tot twintig miljoen mensen uit de ex- Sovjet- Unie naar het westen zouden emigreren. Dit is niet gebeurd, maar zulke wilde voorspellingen hebben er wel voor gezorgd dat de publieke opinie voor een verstrenging van controle op migratie naar West-Europa is.
Vraag: Wat is het verschil tussen een vluchteling en een asielzoeker?
De laatste tien jaar heeft zich in gans de wereld een massale toename van het aantal vluchtelingen en asielzoekers voorgedaan. Volgens schatting ging het in Europa, in de periode 1983-1992, om een stijging met 980 percent: van 70000 naar 685700. Ze zijn afkomstig uit de ganse wereld, met een meerderheid uit Oost-Europa en Turkije. Het aantal vluchtelingen en asielzoekers dat Europa bereikt, is ongeveer vijf percent van het totaal aantal vluchtelingen in de wereld. Het was het conflict in Kroatië en Bosnië- Herzegovina dat deze massale toename van vluchtelingenstromen veroorzaakte in Europa. Volgens het Hoog Commissariaat voor Vluchtelingen in april 1994 heeft dit ervoor gezorgd dat vluchtelingen vooral de volgende landen bereikten:
Duitsland: 309449
Zweden: 76189
Oostenrijk: 55000
Nederland: 42253
Turkije: 33817
Frankrijk: 15918
Verenigd Koninkrijk: 8027
Maar vergeet niet dat er nog steeds drie miljoen vluchtelingen en intern verplaatste personen in het vroegere Joegoslavië verblijven.
Het wettelijk onthaal voor wie van buitenaf komt
Afhankelijk van waar je woont, je nationaliteit en je financiële toestand zal het meer of minder gemakkelijk voor je zijn om te verhuizen naar een Europees land en er te werken. (of om van het ene naar het andere te verhuizen)
Vraag: De VN Conventie van Genève uit 1951 voorziet definities en procedures voor het aannemen van asielzoekers. Hoe wordt dit in het land waar jij woont toegepast?
Als je ten minste 100000 dollars op je rekening hebt staan, zul je in de meeste landen weinig problemen hebben om een visum of verblijfsvergunning te bekomen. Veel landen geven geen visums meer aan mensen met een andere nationaliteit die zich reeds op hun territorium bevinden. Denk bijvoorbeeld aan iemand die met een toeristenvisum op bezoek is bij familie en die wil blijven. Deze persoon moet dan het land verlaten en een nieuw visum aanvragen, met alle extra kosten en ongemakken vandien. Vervoersmaatschappijen zijn aan strikte regels gebonden, om ervoor te zorgen dat zij alleen passagiers binnenbrengen die het recht hebben om een bepaald land binnen te komen. Een bedrijf dat deze regels overtreedt, kan beboet worden en moet de repatriëringskosten van de betrokken passagiers zelf betalen.
Vraag: Wat is het verschil tussen een visum en Visa?
Tenzij je werkt voor een groot transnationaal bedrijf, zul je, als niet-Europeaan, grote moeilijkheden ondervinden om toestemming te krijgen je in de Europese Economische Ruimte te vestigen en er te werken. Burgers van die landen mogen zich echter wel tamelijk vrij bewegen van het ene land naar het andere. Hoewel de regels van land tot land in nuance verschillen, zijn de basisprincipes overal hetzelfde. Als je wettig in een van deze landen wil verblijven zul je rekening moeten houden met het volgende:
Een verblijfsvergunning. Deze wordt uitgereikt als je al over een werkvergunning beschikt.
Een arbeidscontract met een erkend bedrijf. Zonder dit contract kan je geen arbeidsvergunning bekomen.
De arbeidvergunning zal alleen worden verleend als de werkgever kan aantonen dat niemand anders in het gastland geschikt was voor de job.
De officiële procedures en de vertragingen in het uitreiken van een arbeidsvergunning zorgen ervoor dat veel werkgevers niet eens proberen een job te geven aan iemand met de nationaliteit van een derde wereldland.
Als je in de tussentijd, terwijl je wacht op de vergunning, toch begint te werken riskeer je onmiddellijk uitgewezen te worden.
Sommige misdaden kunnen per definitie alleen begaan worden door buitenlanders. Wettelijke regels en voorschriften veranderen en het is jouw verantwoordelijkheid ervoor te zorgen dat je eraan blijft voldoen.
Vraag: Hoeveel mensen komen werken en wonen in het land waar jij verblijft?
Er bestaan uitzonderingen op de regel. In Centraal en Oost-Europa, en met name in Duitsland, is men migratie, met als doel permanent in een land te verblijven, beginnen associëren met de terugkeer van specifieke etnische groepen naar een thuisland waar ze automatisch het recht krijgen zich te vestigen. Voorbeelden hiervan zijn Duitse Aussiedler, Ingrische Finnen, Bulgaarse Turken en Roemeense Magyaren.
En wat zijn onze reacties op dit alles?
We hebben enkele aspecten besproken, zijn naar de geschiedenis gaan kijken en hebben gewezen op enkele processen die zich voordoen binnen onze maatschappijen. Tegelijk worden we dichter op elkaar geduwd en verder uit elkaar getrokken. Het gezicht en de gezichten van Europa zijn de afgelopen decennia drastisch veranderd en in de multiculturele samenlevingen van vandaag worden we met meer stress en spanningen geconfronteerd dan vroeger.
Een model om te bewerken
Tijdens het symposium waarop de Allemaal anders Allemaal gelijk- campagne werd voorbereid, werd een recent onderzoek voorgesteld dat enig licht werpt op de uitdagingen die ons confronteren. Dit onderzoek, uitgevoerd in België, lijkt erop te wijzen dat we de bevolking kunnen indelen in vier hoofdgroepen:

A: mensen die zich reeds bewust zijn van de problemen in verband met racisme en die in meerdere of mindere mate betrokken zijn bij antiracistische activiteiten. (ongeveer 10%)
B: mensen die tolerant zijn, maar die zich (nog) niet engageren in antiracistische activiteiten. (ongeveer 40%)
C: zij die racistische neigingen hebben, maar geen racistische daden begaan. (ongeveer 40%)
D: racisten die openlijk hun houding tonen. (ongeveer 10%)
Wat representatief is voor België, geldt misschien niet in de rest van Europa, maar antiracisme- activisten (uit andere landen) die deze cijfers bekeken, melden toch dat de proporties min of meer overeenkomen met hun eigen schattingen. Ze suggereren dat, onder jongeren, een grotere groep zich bevindt in de categorieën A en D.
Of de proporties nu hetzelfde zijn of niet, je kan dit als model gebruiken om de situatie in jouw land te analyseren. Het kan ook handig zijn bij het kiezen van je strategieën om specifieke doelgroepen te bereiken, wanneer je campagne voert of een educatieve aanpak uitwerkt. Proberen we actieve tolerantie te versterken bij mensen uit groep B? Gaan we openlijk oppositie voeren tegen de overtuigingen van mensen uit groep D? Gaan we werken met mensen uit groep A om enkele van onze eigen vooronderstellingen in vraag te stellen? Enzovoort.
Vraag: Denk je dat dit model ook klopt voor jouw land?
Om een meer recent voorbeeld te geven: La Republica van 19 mei 1995 vermeldde een onderzoek naar vooroordelen bij 2500 Italiaanse jongeren. Het onderzoek werd uitgevoerd door het Instituto di richerche sociali di Milano ( sociaal onderzoeksinstituut van Milaan) en zij delen de resultaten ook op in vier groepen:
A xenofobi -(xenofoob, zij die tegen vreemdelingen zijn, of er schrik van hebben. (12,3%)
B instabili - (onstabiel) 31,6%
C neutrali (neutraal) 35,2%
D antixenofobi- (anti-xenofoob) 20,9%
Deze vier groepen zijn misschien te vergelijken met die uit het Belgisch onderzoek, maar het is belangrijk op te merken dat de terminologie hier totaal verschillend is.
Racisme, antisemitisme, xenofobie en intolerantie nemen misschien verschillende vormen aan doorheen Europa en het kan zijn dat je voor jouw situatie andere beschrijvingen en analyses voor de verschillende groepen moet vinden. In het volgende hoofdstuk zullen we de uitdagingen die gepaard gaan met het definiëren van deze termen nader bekijken.
Als... dan
Om dit hoofdstuk samen te vatten: het is duidelijk dat we nieuwe antwoorden nodig hebben op de nieuwe situaties waarin we ons bevinden.
Als multiculturele samenlevingen een realiteit zijn en het in de toekomst zullen blijven
Als de uitbuiting van velen gebruikt wordt om onze geprivilegieerde samenlevingen te ondersteunen
Als in onze wereld, die steeds kleiner en onderling afhankelijker wordt, zeer weinig problemen binnen de bestaande grenzen blijven en ons vroeg of laat allen aangaan
Als landen en/of staten zich bewust zijn van de onmogelijkheid geïsoleerd te blijven
Als we geloven in gelijke mensenrechten voor iedereen
Dan moet onze handelswijze ook uitdrukking geven aan dit engagement en verandering beogen.
Dan mag ons antwoord geen institutionele of persoonlijke muren optrekken om de anderen op hun plaats te houden.
Dan mag ons antwoord niet paternalistisch of superieur zijn.
Dan moeten we ons op een gelijk niveau tot elkaar beginnen verhouden of dit nu tussen verschillende maatschappijen en culturen is of tussen meerderheid en minderheid binnen een en dezelfde samenleving.
Dan moet discriminatie in het internationaal economisch systeem bestreden worden, anders zullen marginalisatie en armoede blijven voortbestaan op globale schaal.
Dan moeten we werk maken van een verder begrip en de aanpassing van stereotypes en vooroordelen.
Kortom, we moeten een manier verwezenlijken om onze multiculturele samenleving langzaam in een interculturele te veranderen.
Referenties voor hoofdstuk 1
Equipo Claves/Cruz Roja Juventud (1992):
En un mundo de differencias ... un mundo diferente, Madrid
Bartlett, Robert (1993):
The Making of Modern Europe - Conquest, Colonization and Cultural Change 950 - 1350, Penguin, London
Colectivo AMANI (1994):
Educación Intercultural. Análisis y resolución de conflictos, editorial popular, Madrid
Council of Europe (February 1995):
Framework Convention for the Protection of National Minorities and Explanatory Report, H(95) 10, Strasbourg
Dublin Travellers Education and Development Group (1992):
Irish Travellers: New Analysis and New Initiatives, Pavee Point Publications, Dublin
Hill, Richard (1992):
We Europeans, Bruxelles
Le Monde diplomatique (february 1995):
Manière de voir : Le bouleversement du monde, Paris
Race and Class (january - march 1991):
Europe: Variations on a Theme of Racism, London
La Republica (19.5.95): Milano
Salt, John (1993):
Current and Future International Migration Trends in Europe, CDMG(93) 28E, Council of Europe, Strasbourg
Todd, Emmanuel (1994):
Le destin des immigrés, Seuil, Paris
UNESCO (1995):
1995 - A Year for Tolerance, Paris
Van der Gaag, N and Gerlach, L (1985):
Profile on Prejudice, Minority Rights Group, London
Youth Directorate (1993):
Preparation of the Youth Campaign, Symposium Report, Council of Europe, Strasbourg